VAREN EN RIJDEN.
Men is bezig in mijn vaderland spoorwegen aan te leggen. Het heeft lang geduurd eer men er toe komen kon. De Plannen varen by ons te lande altijd nog met de trekschuit; de lijn breekt wel zesmaal eer zy hare bestemming bereiken: eindelijk komen zy er toch; maar hemel wat duurt het lang eer de bagaadje aan wal en te huis is; eer de koperen stoof en de schanslooper en de parapluie aan den kruier zijn ter hand gesteld. Wat my betreft, ik ben een hollander van ouder tot ouder, maar ik heb by andere onpatriottische ondeugden, een recht onhollandsch ongeduld; schoon ik myzelven het recht moet doen te verklaren dat er niemand zijn kan, die met meer kalmte dan ik eene lieve vrouw een streng breikatoen of zijde helpt uit de war maken. Trouwens, dat is ook geheel iets anders. Voor al wat doen is heb ik het meestmogelijke geduld; voor langzaamdoen heb ik eerbied; maar niet-doen verveelt my schrikkelijk; ik kan niet wachten; geen lijdelijkheid! Het leven is er te kort en mijn bloed te gaauw voor. Festina lente! Wat in 't byzonder de spoorwegen aangaat; ik Recte, sed Festina! — zit er sedert jaren pal op te wachten, niet omdat ik er een conmerciëel of finantiëel belang by heb; niet omdat ik er eene weddingschap over heb aangegaan; maar alleen omdat er tot nog toe geen middel van vervoer bestaat, dat my bevalt, zoo niet eigen rijtuig en postpaarden, waarvan ik, om voor my zeer gewichtige redenen, slechts zelden gebruik kan maken.
Voor zoover de trekschuit aanbelangt heb ik mijn gevoelen reeds half verraden. 't Is waar, men kan er in lezen, domino spelen, dammen, en zoo de schipper inkt aan boord heeft en gy eene pen hebt meêgebracht (want de zijne is tot boven toe zwart) zelfs schrijven; ofschoon op te merken valt dat het tafeltjen in de roef wat te ver van de zitplaats af is. — Maar met dat al, zoo gy beweert dat gy er op uw gemak zijt, houd ik u (met uw verlof) voor een mismaakt schepsel; voor een kleinen krates, niet hooger dan mijn knie; althands zeker niet voor een karel van vijf voet zeven duim, als uw onderdanige dienaar. Dan is er iets weeheidaanbrengends in de beweging der schuit, dat uw belangrijkst boek vervelend maakt, en uw esprit de jeu verflaauwen doet; — maar vooral is er in de trekschuiten een praatgenius van een ellendig soort. De schuitpraatjens bestaan allen uit de-