Naar inhoud springen

Pagina:Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.pdf/12

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

5. Het overeenkomstig het bepaalde in artikel 10, derde lid, van dit Verdrag verschafte secretariaat staat eveneens ten dienste van de Conciliatiecömrmssie, telkens wanneer bij een geschil tussen Staten die partij zijn bij dit Verdrag een Conciliatiecommissie in het leven wordt geroepen.

6. De partijen bij het geschil dragen een gelijk deel van alle onkosten van de leden van de Conciliatiecommissie overeenkomstig door de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties te verstrekken ramingen.

7. De Secretaris-Generaal heeft de bevoegdheid zo nodig de onkosten van de leden van de Conciliatiecommissie te vergoeden, alvorens, overeenkomstig het bepaalde in het zesde lid van dit artikel, terugbetaling door de partijen bij het geschil plaatsheeft.

8. De door de Commissie bijeengebrachte en geverifieerde inlichtingen worden ter kennis gebracht van de Conciliatiecommissie; deze kan de betrokken Staten verzoeken nadere op de zaak betrekking hebbende inlichtingen te verstrekken.


Artikel 13

1. Wanneer de Conciliatiecommissie de zaak volledig heeft bestudeerd, legt zij haar bevindingen inzake alle feiten die betrekking hebben op het geschil tussen de partijen neer in een verslag dat tevens de aanbevelingen bevat die zij nuttig oordeelt met het oog op een minnelijke schikking van het geschil; dit verslag legt zij voor aan de voorzitter van de Commissie.

2. De voorzitter van de Commissie brengt het verslag van de Conciliatiecommissie ter kennis van elk der Staten die partij zijn bij het geschil. Deze Staten laten de voorzitter van de Commissie binnen drie maanden weten of zij de in het verslag van de Conciliatiecommissie vervatte aanbevelingen aanvaarden.

3. Na het verstrijken van het in het tweede lid van dit artikel genoemde tijdvak brengt de voorzitter van de Commissie het verslag van de Conciliatieooöamissie en de verklaringen van de betrokken Staten die partij zijn bij dit Verdrag ter kennis van de andere Staten die partij zijn bij dit Verdrag.


Artikel 14

1. Een Staat die partij is bij dit Verdrag kan te allen tijde verklaren dat hij de bevoegdheid erkent van de Commissie mededelingen te ontvangen en te bestuderen die afkomstig zijn van onder zijn rechtsmacht staande personen of groepen personen, die beweren het slachtoffer te zijn van een schending door die Staat die partij is bij dit Verdrag van een of meer der in dit Verdrag genoemde rechten. Öe Commissie neemt geen mededeling in ontvangst die betrekking heeft op een Staat die partij is bij dit Verdrag die een zodanige verklaring niet heeft afgelegd.