Naar inhoud springen

Pagina:Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.pdf/16

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


Artikel 20

1. De Secretaris-Generaal der Verenigde Naties ontvangt de ten tijde van de bekrachtiging of toetreding door Staten gemaakte voorbehouden en brengt deze ter kennis van alle Staten die partij zijn of partij kunnen worden bij dit Verdrag. Elke Staat die bezwaar maakt tegen een voorbehoud deelt, binnen een tijdvak van negentig dagen te rekenen van de datum van genoemde kennisgeving, de Secretaris-Generaal mede dat hij het niet aanvaardt.

2. Er mag geen voorbehoud worden gemaakt dat onverenigbaar is met het object en het doel van dit Verdrag, noch mag een voorbehoud worden gemaakt dat belemmering van de werkzaamheden van een of meer der krachtens dit Verdrag ingestelde organen tot gevolg zou hebben. Een voorbehoud wordt als onverenigbaar of als belemmerend beschouwd indien ten minste twee derde van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag er bezwaar tegen maken.

3. Voorbehouden kunnen te allen tijde worden ingetrokken door middel van een daartoe strekkende aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving. Een zodanige kennisgeving wordt van kracht op de datum waarop zij wordt ontvangen.


Artikel 21

Een Staat die partij is bij dit Verdrag kan dit Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de SecretarisGeneraal der Verenigde Naties. Deze opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.


Artikel 22

Elk geschil tussen twee of meer Staten die partij zijn bij dit Verdrag ter zake van de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, dat niet door onderhandelingen of door procedures waarin dit Verdrag speciaal voorziet, wordt geregeld, wordt op verzoek van een of meer partijen bij het geschil ter beslissing voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof, tenzij de bij het geschil betrokken partijen overeenstemming bereiken ten aanzien van een andere wijze van beslechting van het geschil.


Artikel 23

1. Een Staat die partij is bij dit Verdrag kan te allen tijde om herziening van dit Verdrag verzoeken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte schriftelijke kennisgeving.

2. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties beslist welke stappen eventueel cjienen te worden genomen naar aanleiding van een zodanig verzoek.