Naar inhoud springen

Pagina:Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.pdf/7

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

een groep personen van een andere huidskleur of etnische afstamming, alsook het verlenen van steun aan tegen bepaalde rassen gerichte activiteiten, waaronder begrepen de financiering daarvan;

(b) organisaties, alsook georganiseerde en alle andere propagandaactiviteiten die rassendiscriminatie in de hand werken en daartoe aanzetten, onwettig te verklaren en te verbieden, en deelneming aan zodanige organisaties of activiteiten als strafbaar bij de wet aan te merken;

(c) niet toe te staan dat overheidsorganen of overheidsinstellingen, hetzij op nationaal, hetzij op plaatselijk niveau, rassendiscriminatie bevorderen of daartoe aanzetten.


Artikel 5

Overeenkomstig de fundamentele verplichtingen vervat in artikel 2 van dit Verdrag nemen de Staten die partij zijn bij dit Verdrag de verplichting op zich rassendiscriminatie in al haar vormen te verbieden en uit te bannen en het recht van een ieder, zonder onderscheid naar ras, huidskleur of nationale of etnische afstamming, op gelijkheid voor de wet te verzekeren, in het bijzonder wat het genot van de navolgende rechten betreft:

(a) het recht op gelijke behandeling door de rechterlijke instanties en alle andere organen die zijn belast met de rechtsbedeling;

(b) het recht op persoonlijke veiligheid en bescherming door de Staat tegen geweld of lichamelijk letsel, hetzij toegebracht door overheidsdienaren, hetzij door enige andere persoon, groep of instelling;

(c) de politieke rechten, in het bijzonder het recht deel te nemen aan verkiezingen — het actieve en passieve kiesrecht —, dat wordt uitgeoefend op grond van een algemeen en gelijk kiesrecht, het recht deel te nemen aan de Regering, alsmede aan het bestuur van het land op elk niveau, en op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de landsbediening;

(d) andere burgerrechten, met name:

(i) het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te verblijven binnen de grenzen van een Staat;
(ii) het recht elk land, ook het eigen land, te verlaten en naar het eigen land terug te keren;
(iii) het recht op een nationaliteit;
(iv) het recht te huwen en zich een echtgenoot te kiezen;
(v) het recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij te zamen met anderen;
(vi) het recht te erven;