Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/100

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

92

voorziene, eitjes in het nest. Maar zie, het eene ei is aanmerkelijk grooter, dan de vier andere. Juist, en dat groote ei is niet van den kwikstaart, maar van een koekoek, die de geelbuikjes tot pleegouders van een zijner kinderen gekozen heeft.

Over een paar weken zullen we eens zien, wat er van het legsel terecht gekomen is. We laten nu de vogeltjes met rust, die ook gaarne het broedsel, stellig is het 't tweede voor dit jaar, groot brengen, doch....? We nemen voor heden afscheid van de Akkermannetjes.

 

 

XXVIII.


Meeuwen met zwarte en grijze mantels.

Kom eens mede aan onze met zout bezwangerde stranden, doch niet daar, waar duinpaleizen de nationale kleuren vertoonen, en strandstoelen en badkoetsen reeds tot op grooten afstand doen zien, dat er veel beweeg van menschen is. Onze groote meeuwen ontvluchten die plaatsen, omdat ze de menschen wantrouwen. We moeten zijn aan het eenzaam Noordzeestrand, waar men niets hoort dan het geruisch der brekende golven tegen het strand, het aloude lied, dat zingt van komen en van gaan. Daar kan men een gevoel van verlatenheid over zich krijgen, doch daar ook valt veel te bewonderen in ongerepte natuurschoonheid. Naast vele andere zeevogels vallen ons daar wel spoedig in het oog de langgevleugelde meeuwvogels, waarvan het wit der onderdeelen wedijvert