Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/124

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

116

Mistellijster, Dubbele lijster en Appellijster heet. Nooit komt ze echter veelvuldig voor. Haar vederkleed komt overeen met dat van de Zanglijster, doch de vlekken op de onderdeelen zijn grooter. Deze mooie vogel komt ook op den trek weinig voor, zoodat er ook niet veel in de lijsterstrikken gevangen worden.

Andere lijstersoorten, waaronder de Koperwiek het veelvuldigst voorkomt, zullen we nog later zien.

Behalve lijsters, verhangen zich ook nog tal van andere vogels in de paardenharen stroppen. Met dit strikken verdienen verscheidene menschen iets, doch dit weegt lang niet op tegen het wegnemen van zooveel keurige en nuttige vogels uit de Natuur.

 

 

XXXV.


Kruisbekvinken.


't Is nog maar weinige weken geleden, dat de bosschen en boschjes van ons land plotseling bewoond werden door duizenden vinken van wat grooter en steviger maaksel, dan de gewone vinken. Zoowel in loof- als in naaldhout kwamen ze in gezelschappen voor. Vooral eigenaardig is de snavel van deze vogels. De beide kaken toch passen niet op elkander, maar ze sluiten schuinweg over elkander heen met een sikkelvormige punt van de onderkaak naar boven en met een van de bovenkaak naar beneden.

Je zou zoo zeggen, dat zoo'n bek vrijwel ongeschikt