Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/127

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

119

voor onze streken aangemerkt moet worden. De laatste is te kennen aan een breeden witten zoom, die, zoowel bij het jeugdig als bij het volwassen kleed, aan het einde van de groote vleugeldekvederen te vinden is.

Waaraan het toegeschreven moet worden, dat juist in dit jaar zoovele kruisbekken ons land bezochten? Misschien wel aan den regenachtigen zomer, die gunstig was voor de ontwikkeling van sparreappels en dennekegels en ook van beukenootjes, allemaal geliefkoosde artikelen voor deze vogels. En hoe ze het kunnen weten, dat hier een tafeltje-welbereid voor ze gedekt was? Die vraag is niet zoo gemakkelijk te beantwoorden, maar 't is, of koeriers vooraf rondgaan, om later de legioenen te waarschuwen. Zoo ook geven goede lijsterbessenjaren vele lijsters.

Evenwel is er nog veel raadselachtigs in het leven en vooral in het trekken van verschillende vogelsoorten.

 

 

XXXVI.


Over Koperwieken en Beflijsters.


We gaan nog even met den lijsterstrikker mee, niet om ons te verlustigen in het werk, dat negatief verheffend is, maar om nog enkele lijstersoorten te leeren kennen.

De Koperwieken zijn aangekomen, en dan hebben de strikkers het druk. In dichte drommen zijn deze vogels uit het Oosten naar hier gevlogen, en hongerig vallen ze aan op de uitgehangen lijsterbessen. Op vele plaatsen