Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/128

Uit Wikisource
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze pagina is gecontroleerd

120

ziet men dan ook een voorwerp, dat zich in den strop verhangen heeft, hier een dood, dat de strik om den nek viel, daar een nog levend exemplaar, hangende aan een poot of vleugel, en vergeefsche moeite doende, om los te komen. Gelukkig maar, dat de strikker met eene handige beweging zoo'n stakker uit zijn lijden helpt. Neen, een hoogstaand werk is het niet, dat lijsterstrikken, maar het is geoorloofd en de vogelaar spot met alle beschermende gevoelens. 't Bezorgt hem een broodje, en zijn gevoel zegt hem, dat menschennood zwaarder weegt, dan het dierenleven. En hoe meer vogels hij vangt en doodt, hoe liever is het hem.

We hebben er gelegenheid door, te zien, dat de Koperwieken maar kleine lijsters zijn; en waarom ze Koperwiek (Turdus iliacus iliacus L.) heeten, blijkt ons, wanneer we even de vleugels optillen. Zie je wel, dat de oksels met de omgeving koperkleurig zijn? Bij de Zanglijsters is dit meer geelachtig, licht oranje. Overigens gelijken de soorten wel wat op elkander, doch de Koperwiek heeft meer steepjes en de Zanglijster meer druppelvormige vlekken op de onderdeelen.

Daar komt weer een troepje Noormannetjes, zooals de strikker de Koperwieken noemt, in het bosch vallen, en de man vermaant ons met den wijsvinger aan de lippen tot stilte. Hij hoopt er weer enkele van te krijgen.

Hier hangt weer een voorwerp, geheel stijf en met de pootjes naar boven getrokken. Aan het nog mat gekleurde vederkleed kan je wel zien, dat het nog een jong diertje is. Arm vogeltje! Moest ge daarvoor uit Siberië of Noord-Rusland komen, de plaats, waar ge het volgend voorjaar ook heengegaan zoudt zijn ter vermenigvuldiging? Stellig