Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/158

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

150

alles in den vereischten stand houden. Trekt men nu aan een koord, dat aan den wal bevestigd is, dan slaat het net met kracht om, en alles wat er zich voor bevindt komt er onder.

Bij laag water wordt alles in gereedheid gebracht. Dan kan men zich redden en dan bevinden de vogels zich op grooten afstand van de vangplaats. En als de vloed opkomt is de vogelaar op post, en hij weet precies waar het net zich bevindt en wanneer het oogenblik daar is, om het met succes te laten wippen. In de nabijheid er van zijn zeegraswortels als anderzins neergeworpen, waarop de ganzen tamelijk verlekkerd zijn. Komen ze dan op die plaats, zoo blijven ze er langer toeven dan wanneer er geen voedsel te vinden was en de vangkansen worden er zeer door verhoogd.

Zie, nu komt een troepje ganzen op de plaats, waar de vanger ze zoo gaarne ziet. Met draaiende bewegingen naderen de vogels meer en meer, en eindelijk zijn er eenige boven het net. Eenige zenuwachtigheid is aan de vogelaar te bemerken, nu hij tot trekken gereed is. Plotseling volgt een ruk aan het koord, en 't is of er in zee een torpedo wordt afgeschoten. Met grooten schrik gaan de nog vrije vogels op de vleugels, en onder hevig geraas trekken ze spoedig af. Onder het nu omgeslagen net is het een geklapper en geploeter van belang, doch langzamerhand bedaart het, en nu steken een viertal vogelkoppen door de mazen van het net boven water. De vanger is nu vrij zeker, dat hij levende waar aan den wal brengen zal. Met zijn helper zit hij spoedig in een bootje, dat met forsche zetten naar de vangplaats geboomd wordt. En slechts korten tijd duurt het of de