Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/37

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

29

dadelijk de soort onderscheiden van de Kokmeeuw, die roode pooten heeft en ook iets kleiner is. Daar duikt een Stormmeeuw gedeeltelijk onder water en met een vischje komt zij weer te voorschijn. Spoedig is het lekker beetje verorberd.

Maar wat nu? Plotseling schiet een bruingekleurde vogel toe op de meeuw, die het hapje naar binnenslikte. Deze vliegt zoo spoedig mogelijk weg, doch ze wordt achtervolgd door het bruine wezen, dat gemakkelijk en snel vliegt en kortere zwenkingen kan maken dan de vervolgde.

De Stormmeeuw laat wat vallen, en de bruine vogel vangt het op, en nu is de vervolging gestaakt. De vervolgde meeuw heeft het pas binnengeslikte vischje uitgebraakt, en hierom was het den bruinen Jager juist te doen. Hij had het van verre gezien, welke vogel een gelukkige vangst had gehad, en dan rust deze parasiticus niet, voor hij zijn doel bereikt heeft.

Die bruine vogel behoort ook wel tot de Laridae of Meeuwvogels, maar 't is een vertegenwoordiger van het geslacht Lestris of Jagers. Zeelui vertellen er van, dat ze drek opvangen van de vervolgde meeuwen, en geven ze dan ook minder welluidende namen. Deze meeningen berusten evenwel op misverstand.

Wanneer we zoo'n Jagermeeuw van nabij konden bezien, zou het blijken, dat haar snavel bijna geheel met een weeke huid bedekt is, wat bij de echte meeuwen niet het geval is.

Zie, daar vliegt de Jager weer, en nu hij niet zoo ver af is, kunnen we opmerken, dat hij eenkleurig donkerbruin is. Maar vooral vallen òp de twee lange staartpennen, de middelste, die ver naar achteren steken.