Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/40

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

32

verschillende soorten, doch mannetjes en wijfjes dragen zeer verschillende pakjes. O wee, nu wordt het den dieren toch ook te angstig, en ze vliegen heen. Doch één duikt onder water, en we zullen wachten, tot het weer boven komt. Wel wat duurt het lang! Men zou zeggen, dat zoo'n vogel niet zoo'n langen tijd onder de oppervlakte van het water kan blijven. En toch hebben we goed gezien, dat er één is ondergedoken.

Evenwel, ons wachten baat niet en we zullen daarom een nader onderzoek instellen. Zie, daar is wat wits onder het ijs! 't Is stellig de weggedoken vogel, die onder water doorgezwommen is en buiten de opening weer naar boven wilde. Gauw het ijs stukgeslagen! Maar, jawel, 't is reeds te laat, de vogel is den verstikkensdood gestorven! Zie, hij drijft met den buik naar boven en de kop hangt onder water. Arm onvoorzichtig dier! En toch komen zoo dikwijls vogels, die duikende veiligheid zoeken of hun voedsel bemachtigen willen, om het leven. Vooral van den Dodaars, de kleinste der futen, kan men gedurig cadavers door het ijs heen zien blinken.

Nu de zaagbek toch dood is, willen we hem op den wal halen, om hem nader te bekijken.

Zie eens op den buik, wat een fijne Auroratint! Ook de hals is wit en de kop is prachtig groenzwart met purperglanzen. De mantel en de groote slagpennen zijn zwart, de vleugels overigens wit en de staart is donkergrijs. De van zwemvliezen voorziene pooten zijn hoogrood gekleurd en deze kleur heeft ook de onderkant van den bek, die langs de bovenzijde zwart is.

Wanneer we den vogel meten, blijkt het, dat hij van snaveltip tot staarteinde bijna 6 dM. lengte heeft.