Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/48

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

40

ons, die naar den aanmerkelijk dunneren snavel Dunbekwulp (Numenius tenuirostris Vieill.) genoemd wordt. Hij broedt in Zuid-Europa.

De Wulpen laten bij donker weer gedurig hun gefluit hooren. Vandaar dat ze Regenfluiters genoemd worden. De profetische eigenschappen zullen wel niet ontwikkeld zijn. Evenwel begroeten we deze kromsnavels gaarne op landerijen en stranden.

 

 

XII.


Kleine Bouwmeesters.


Hoort ge den Spotvogel? Hoog in den top van dien beuk zit hij, zijne nabootsende zangen luide gevende. Geelborstje, Geelbuikje, Citroentje, Gele Hofzanger, Berkenbastje, Wilde Kanarie, 't zijn allemaal plaatselijke namen voor hetzelfde zangertje en ze duiden allemaal op zijne kleur.

Niet lang woont de Spotvogel in ons land, elk jaar slechts vier maanden, maar 't is tijd genoeg, om het mooie nestje gereed te brengen en voor het kroost zorg te dragen.

't Is het mannetje, dat luide zingt van een lief vrouwtje, dat broedt in gindschen meidoorn. Zie, daar liggen eenige droge grasjes op den grond, wat aanwijzing genoeg is, om het nest er boven te zoeken. Jawel, keurig zit het verborgen tusschen drie takjes, die een vork vormen, en over den rand er van gluurt een lichtgeel