Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/52

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

44

den voorrang kampen, is een groote eierenroover. Gaarne ook voedt hij zijn kroost met jonge vogeltjes, zoodat in den broedtijd geen nest voor den mooien booswicht veilig is. Maar voor eigen kinderen zorgt het eksterpaar zoo goed, als maar een vogel kan zorgen. Het nest is een waar meesterstuk. Wie geene gelegenheid heeft het in de vrije natuur te zien, kan terecht in „Artis", waar de heer P.L. Steenhuizen in de verzameling „Fauna Neerlandica" zoo'n keurig bouwwerk heeft tentoongesteld, en bij het zien er van weet men nauwelijks, wien men den meesten lof moet brengen, den heer S. voor de schitterende verzorging van den fraaien Meidoorn, of den vogel voor het vervaardigde nest.

Zoo'n eksterwoning wordt gemaakt op een onderlaag van doorntakken en braamstekels, stevig vervaardigd van klei en vezels met zachtere voering, en daaroverheen komt een groote kap van doorn- en andere takken, stevig vastgestrengeld tusschen de levende boomtakken. Een klein vlieggat, dat de eksters best weten te vinden, geeft toegang tot het nest. Zoo zijn de gewoonlijk zes eieren en later de jongen van de ekster uitstekend beschermd. Niet alleen in meidoorns, maar ook in allerhande loof- en vruchtboomen bouwt de ekster haar nest, en overal, waar maar boomen voorkomen, kan men het vinden.

Ook de Gaai (Garrulus glandarius L.), meer bekend als Vlaamsche Gaai en als Meerkol, heeft dezelfde roofzuchtige eigenschappen als de ekster, en door hem worden allerlei lokkende geluiden gemaakt, om argelooze vogels in zijne nabijheid te krijgen. Slaagt de listige roover, wee dan het arme vogeltje, dat door hem gegrepen wordt! Meedoogenloos wordt de hersenpan er van verbrijzeld,