Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/73

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

65

Slechts in enkele provincies heeft men eenige paren broedende gevonden. De eieren, ook twee per legsel, zijn eveneens wit, maar de schaal is meer poreus en dan ook minder glad en doorschijnend dan die van Woud- en Tortelduif.

Van jagers hebben de Boschduiven in den laatsten tijd meer te vreezen dan vroeger. Vroeger was zoo'n Koolduif gewoonlijk het schot niet waard, doch men is het jagen op Woudduiven meer en meer interessant gaan vinden, en ook wordt de smaak van haar vleesch meer en meer geroemd. We willen hierbij hopen, dat de jacht op deze schoone vogels weidelijk zal worden uitgeoefend, opdat de gelederen niet al te sterk zullen dunnen. Want het gekoer van de Boschduiven past zoo mooi tusschen de natuurstemmen, dat we het er niet gaarne zouden missen. Elk jaar begroeten we het gaarne als teeken, dat de winter plaats gemaakt heeft voor een tijd, waarin alles groeit en bloeit, looft en verheerlijkt.

We gevoelen wel iets meer voor de duiven, dan voor vele andere vogels, daar zij zinnebeelden zijn van schoonheid en trouw, van onschuld en teederheid. Want ze zijn niet alleen fraai van vederen, maar ook steeds zindelijk. Een groot gedeelte van het jaar leven ze paarsgewijs en ze zijn innig aan elkander gehecht, terwijl ze met de teederste liefde hare kinderen voeden met in den krop geweekte zaden en ook verder verzorgen. En dat ze, vooral in vroegere tijden, als „briefdragers” gewichtige diensten hebben bewezen, is algemeen bekend. Deze postduiven stamden wel niet af van de bij ons wonende Boschduiven, doch toch ook van wilde soorten, vooral van de Rotsduif. Want in de verschillende werelddeelen