Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/78

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

70

gevuld is. Hier, tusschen het helmgras, hebben we een verrukkelijk plaatsje, van waar we veel kunnen zien, zonder gezien te worden. Ha, daar zweeft hij al, de Circus aeruginosus! Zoo in vlucht is het nu juist geen mooie verschijning; daarvoor zijn zijne vleugels te breed en slaat hij ze te diep naar beneden. Maar wanneer hij de wieken langs het slanke lichaam slaat, dan is het een vogel van edele vormen en fiere gestalte. Vrij regelmatig, op bepaalde uren van den dag, vliegt de Kuikendief over zijn jachtgebied, en hij doet dit met langzame vleugelslagen, de scherpziende oogen naar beneden gericht.

Daar ziet het voorwerp van onze beschouwing zeker een vette muis op den bodem, want de Kuikendief plaatst zich op den grond. Maar zie, daar rijst hij weer, en nu komt hij met krachtige vleugelslagen in onze richting. Nu we onze gewapende oogen op hem richten, zien we duidelijk, dat hij een muis in den snavel medevoert. Daar laat hij zich neer tusschen het riet op nog geen 40 meters afstands van ons. Ja, muizenvanger, je hebt je nest verraden! En nu je er voedsel heen brengt, vermoeden we, dat je er jongen hebt. Had je geweten, dat wij hier zitten, dan had je je wel niet bij je schat neergelaten.

Nu de Kuikendief weder heengevlogen is, gaan wij door het riet op onderzoek uit. Maar we hebben daarvoor een voetbad te maken, zoodat de kousen even uitgedaan moeten worden. Een eigenaardige geur treft ons hier tusschen het riet, hoofdzakelijk voortgebracht door verschillende plantjes, waarvan watermunt wel het meeste producteert. En nu zijn we de plek genaderd, waar de vogel even vertoefde, en spoedig valt ons in het oog het