Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/80

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

72

schilden en geheel met schubben bedekt zijn. De bek van de Kuikendieven is niet groot, doch onmiddellijk van den wortel af sterk gekromd.

Eenmaal gegeven namen worden niet zoo gemakkelijk weggenomen. Wie als Barbertje bekend is, blijft gewoonlijk Barbertje, en de Kuikendieven zullen in benaming wel nimmer muizendieven worden, ofschoon laatstgenoemde naam hun een beschermend pantser zou zijn.

Toch wordt de wensch uitgesproken, dat de meeningen omtrent de kuikendieven, trots den naam, meer en meer ten gunste van deze edel gevormde, weinig kwaad bedrijvende vogels mogen kenteren.

Niet gaarne toch zouden we zien, dat deze dieren door misplaatste begrippen van de aarde verdwenen.

 

 

XXII.


Ter snippenjacht.


Noem bij den echten weidman het woord Watersnip, en ge zet zijn hart in gloed. Zoo'n Nimrodszoon hoort dan, als het ware, het „ketsch", dat het Weerlam, zooals de Watersnip ook wel genoemd wordt, bij het opvliegen laat hooren; hij ziet de zigzag-vliegbewegingen, die gemaakt worden, vóór de vogel richting neemt, en hij wacht op het juiste moment om af te trekken.

Niet ieder geweerdrager wordt een goed snippenjager. Er zijn er, die de vlugge vogels nooit leeren raken, dan bij toeval, er zijn er ook, die van „pech" spreken, wan-