Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/89

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

81

den trek voor de Klapekster (Lanius excubitor L.), hier en daar bekend als Blauwe Klauwier, Veldheer, Vinkenbijter, Grauwe Dorendraaier en onder andere benamingen. Zeker zal het u gelukken zoo'n vogel te zien, want deze soort houdt gaarne verblijf bij de strikken, om aan de gevangen vogels den schedel open te pikken, en zich aan de weeke hersenen te goed te doen. Meermalen vindt men de Klapekster naast haar slachtoffer in een lijsterstrik. Dan eerst kan men goed bezien den mooien langen en breeden, afgeronden waaierstaart en de witte en zwarte kleuren in mooie belijning. Zacht blauwgrijs zijn de bovendeelen; vleugels en staart zijn zwart met witte einden en de onderdeelen zijn wit. De witte vleugelspiegels zijn soms enkelvoudig en soms dubbel.

Veel komt de Klapekster op den trek voor, ofschoon men geene troepen aantreft, maar broeden doet zij bij ons met slechts enkele paren. Haar nest is als dat van den Grauwen Klauwier, doch het wordt hooger in den boom gemaakt, en de 5 à 7 eieren zijn vuilwit met bruine en grijze vlekjes en stipjes.

Eenmaal is in ons land gevangen een Kleine Klauwier (Lanius minor Gmel), welk voorwerp in geprepareerden toestand is te zien in de verzameling van de Rotterdamsche Diergaarde. Van meer vangsten of waarnemingen binnen onze landpalen hoorde men nimmer, zoodat we haar slechts noode tot onze avifauna kunnen rekenen.

—Er was eens een negendooder, die zijn welvoorziene provisieplaats aan den zoom van het woud had....—Een goed begin voor een sprookje, niet waar? En toch behoeft het geen sprookje te zijn. Ieder, die het ernstig wil, kan de waarheid er van aanschouwen. De Grauwe