Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/90

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

82

Klauwier en de Klapekster, de Grauwe en de Bruine Dorendraaier zijn geene zeldzaamheden voor ons land. Onder de Amsterdamsche „finkies" behooren ze evenwel niet medegerekend te worden.

 

 

XXV.


Raafachtige vogels.


Wanneer iemand steelt „als een raaf", wordt hij tot de ergste dieven gerekend. Dit spreekwoordelijk geworden gezegde duidt wel degelijk een eigenschap aan van de raven, waartoe ook kraaien, kauwen en eksters gerekend worden. vooral van de ekster is het bekend, dat zij gaarne blinkende voorwerpen rooft en verzamelt.

Maar ook, wie nestelende raven, kraaien of kauwen in de nabijheid van zijne woning heeft, zal ondervinden, dat wollen stoffen op de bleek niet veilig zijn, en meer zaken zal men plotseling missen, van welk verdwijnen men misschien in stilte een dienstbode of iemand anders beschuldigen zal.

Wie de Raaf (Corvus corax L.) in haar stout liefdeleven wil leeren kennen, kan overal in ons land, waar bosschen van eenige uitgebreidheid zijn, terecht. Doch niemand stelle zich voor kolonies van raven te zullen aantreffen, want elk ravenpaar duldt geene soortgenooten in zijne nabijheid, zelfs niet op eenige mijlen afstands. Wie dus het geluk heeft een ravennest te ontdekken, behoeft in den omtrek naar geen tweede uit te zien. Het liefst