127
O! en Vadertje heb ik voor mij gewonnen; daarmeê is de grootste moeilijkheid, overwonnen, het grootste struikelblok uit den weg geruimd. Waar ik Vader aan mijne zijde weet, heb, ga ik onverschrokken, blij en opgewekt, met luchtigen tred, en een glimlach om den mond den vijand tegemoet!
Nu hangt het alleen van mijn eigen willen en kunnen af of ik mijn doel al dan niet bereiken zal! Ik ben vol hoop, vol moed, houd u dien moed frisch in me, Moes! Ik heb Vader dadelijk gevraagd of ik Mevrouw Abendanon die goede tijding mocht berichten, en ik mocht! Dien zelfden avond nog schreef ik haar en u dit regeltje.
't Is wel nog een vraag, of de Inlandsche meisjesschool tot stand komt, maar ik wanhoop niet; 't een en ander wijzen op een ernstig streven van eenige, zoo niet vele, invloedrijke personen om de Inlandsche wereld op te heffen, en om "licht" te brengen der Inlandsche vrouwenwereld, haar op te heffen uit haar treurigen staat.
Op Djokdja zochten we Mevrouw Ter Horst op, zooals ik u reeds schreef. Ze was heel aardig voor ons, haalde ons van 't station af, waar ze ons echter misliep, daar we een station eerder waren afgestapt; zij had eene rijsttafel voor ons klaar. We kwamen alleen om haar te groeten, doch zij had wat met me te bespreken. Zij vertelde mij dat Resident de B.,[1] afge-
- ↑ Welke resident bedoeld wordt, blijkt niet.