183
vrouwenleed, veroorzaakt door zekere Mohammedaansche instelling, die het den mannen zoo gemakkelijk maakt, maar die o, zoo bitter hard en wreed is voor de vrouw.
"Zij zijn er aan gewend, zij vinden 't niets", beweert de alwetende "men". "Als zij er geen vrede mee hebben, waarom er zich dan in geschikt?"
Laat ik, een kind van 't Javaansche volk, in diens schoot groot geworden en er heel mijn leven in vertoefd hebbend, u de verzekering geven, dat de Inlandsche vrouwen wel degelijk een hart hebben, dat voelen, lijden kan als 't fijn beschaafdste vrouwenhart in uw land.
Maar 't blijft hier bij een stil lijden en zich schikken, volslagen machteloos en weerloos als zij zijn, door hare onkunde en onwetendheid.
De oude overlevering vertelt: Fatima's echtgenoot huwde opnieuw, en zij werd door den Profeet ondervraagd, hoe zij zich daarbij gevoelde. "Niets Vader, niets, betuigde zij." Dit zeggende, leunde zij tegen een pisangboom; de bladeren, eerst frisch en fleurig, verwelkten, en de stam, waartegen haar lichaam rustte, verkoolde.
Opnieuw vroeg de Vader, hoe zij zich gevoelde, en weer betuigde zij: "Niets, Vader, niets!"
De Vader gaf haar een rauw ei, en verzocht haar dat tegen haar hart te drukken; het terugvragend brak hij het open: het ei was gaar!
Het Oostersche vrouwenhart is sedert niet veran-