Naar inhoud springen

Pagina:Kartini - Door Duisternis Tot Licht (1911).djvu/220

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

194

worden, anders blijft de beschaving slechts aan de oppervlakte.

— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —

O, wek toch geen illusies, die stellig sterven moeten, wek geen droomen, waar men van te voren weet, dat wreed-ontwaken volgen moet. 't Is wreed, wreed! O! wat wensch ik vurig, vurig, macht te bezitten over één taal slechts, mijn eigen, of wel de Hollandsche, om goed te kunnen uitzeggen, wat ik denk en voel over zooveel, dat mijn bewondering gaande maakt, of mij met verontwaardiging vervult, zooals dat ellendige, dat mijn landgenooten huldigen en aanhangen, de mannen uit egoïsme en de vrouwen uit machteloosheid, uit onwetendheid ontsproten, rechtvaardigen. Ik heb iets scherps en vinnigs in gedachte over "Idealen". Soms jeuken mij de vingers zoo — om al die gedachten niet voor mij alleen, voor mijne vertrouwden neer te schrijven, maar ook om ze anderen in 't gelaat te slingeren.

Maar wat voor nut zou dat hebben? Men zou de schouders er over ophalen, een ander er over lachen en de meesten er heel geen notitie van nemen. Wartaal van een idioot of gek!

Misschien is 't beter zoo, dat ik de taal niet zoo onder de knie heb, om er mee te doen, wat ik wil; wie weet wat voor een kwaad de pen van dat onervaren, onverstandige heethoofd anders zou kunnen uitrichten instede van goed!

En macht bezitten over de taal, zou bovendien op