Naar inhoud springen

Pagina:Kartini - Door Duisternis Tot Licht (1911).djvu/223

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

197

Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid 't plan is aanhangig gemaakt om voor Inlandsche meisjes scholen op te richten, en bij wijze van proef voor dochters van Inlandsche grooten een kostschool. Toen wij verleden jaar van den Directeur zelf van zijn heerlijk plan vernamen, vroeg zijne vrouw of ik aan die laatste school onderwijzeres wilde worden. Ik antwoordde daarop, dat ik daar heel, heel veel voor voelde, maar die taak niet op me kon nemen, aangezien ik daartoe niet opgeleid was en daarvoor niet berekend ben. Mevrouw zeide toen dat haar man mij hebben wilde, zooals ik was, om de jonge hartjes te leiden en karaktertjes te vormen; ik moest met de jonge kinderen als een oudere zuster omgaan en hun tot voorbeeld zijn. Een zeer vereerende opdracht, maar had ik geen gelijk om die taak niet op mij te willen nemen, als ik daartoe geen bevoegdheid (wettelijke) heb? Als ik absoluut eerst er voor opgeleid wilde worden, zeide Mevrouw, moest ik maar een tijdje naar een der normaalscholen te Batavia of ergens anders gaan om te studeeren en aktes te halen, dat was dus geen bezwaar. De vraag was maar, of ik wilde.

Dat mijn Vader daarnaar ooren had, weet ge reeds. Ik zou dan naar Batavia gaan, waar mij door de directrice der meisjes H.B.S.,[1] die wij maar eens zagen en spraken, alle hulp en[Pg 125] steun bij mijn pogen werd toegezegd. Die groote hartelijkheid van een

  1. Mejuffrouw E. van Loon.