201
dende beoefenaarster der letterkunde te kunnen brengen. Maar men kan geen twee meesters tegelijk dienen, althans ik zie er geen kans toe, om onderwijzeres te zijn, zooals ik mij dat voorstel, niet als verstandsscherpster alleen, maar ook als karaktervormster, den geheelen dag mij met de kinderen bezig houdend, en dan aan letterkunde te doen. Ik wil één ding maar tegelijk doen, maar ik wil het goed doen. Entre ces deux mon coeur balance, Stella! Als dokter of iets anders zou ik misschien geen afstand behoeven te doen van dat mij zoo dierbaar werk: pennenlikkerij!
Maar ik vind 't onderwijs, de opvoeding van kinderen, die je toevertrouwd worden, zoo iets ernstigs, heiligs zelfs, dat ik nooit vrede met mezelf zou kunnen hebben, als ik mij daaraan wijdende, voelde mijne taak niet zóó te kunnen vervullen, als ik zelf van een goed opvoedster eisch. Als onderwijzeres aan eene kostschool zou ik mij den geheelen dag met de kinderen moeten bezighouden, zelf 's avonds en 's nachts zou ik niet vrij zijn, want de kinderen zijn mij toevertrouwd. Vertrouwen legt groote verplichtingen op, zoo'n post brengt groote verantwoordelijkheid met zich mee. Misschien vindt je mij wel erg overdreven, maar ik kan niet anders denken, dan dat ik 't een misdaad acht, mij aan de opvoeding van kinderen, toekomstdragers, te wijden, als ik niet ten volle berekend ben voor die groote taak, in mijn oog zoo hoog en heilig. En geen tevredenheidsbetuiging mijner