Naar inhoud springen

Pagina:Kartini - Door Duisternis Tot Licht (1911).djvu/259

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

233

gehoord, gevolgd? waarom geluisterd naar de stemmen van buiten? Waarom anderen, die niets voor ons gevoelen en ons onverschillig zijn, in die zaak gehaald, waarin uw eigen geweten beslissen moest, en belanghebbenden alleen uw stem vroegen, behoefden?

O! een daad maar, één daad van moed, en de gapende afgrond, die ons dreigt te verslinden, zoude gedempt zijn!

Vader vindt onze ideeën mooi, erkent ons verlangen naar kennis en rechtvaardigheid. Dat was geen scherts, toen Vader ons verleden jaar toestond om een zelfstandig bestaan te veroveren.

't Brengt ons zóó in opstand te bedenken, waarom wij onderdrukt worden. Waarom moeten wij terug? waarom moeten wij geknot, gekortwiekt worden? Om kleingeestige, kleinzielige menschenpraatjes.

Wij moeten dáárom afstand doen van onze idealen, om een kleinzielige, kleingeestige menigte tevreden te stellen.

Als 't noodzakelijk was, onvermijdelijk noodzakelijk, dat we afstand deden van onze illusies, ja, dan moest het; maar zóó is 't niet, alles draait om het spil; publieke opinie! Alles wordt bedorven daarom! Alles wordt daaraan opgeofferd.[Pg 147]

De menschen zullen dit, zullen dat zeggen, als wij gingen doen, wat wij zoo zielsgraag willen. En wie zijn dan die menschen? Bah! En om die menschen moeten onze neigingen onderdrukt, verstikt worden, en wij naar 't donker terug?