235
Onze opvoeding was komedie—schitteren was het doel. Wij moesten en zouden schitteren, met echte of valsche steenen, om 't even. En wij mogen het niet kwalijk nemen; ook in de maatschappij, door wier licht wij onze zielen kennen, staat de schijn in hoog aanzien. Arme dwazen, die Waarheid liefhebben boven den almachtigen koning Schijn. Ook wij zullen komedie spelen, dat verplicht ons onze trots, die niet gedoogt, dat de wereld onze zielewonden ziet.
31 December 1901. (VIII).
Wij willen niet langer op een wrak schip varen. Er moet iets gedaan worden aan die diep treurige zaak. Wij zullen al heel, heel gelukkig zijn, als maar de aandacht der weldenkenden daarop gevestigd is. Ik heb meer dan eens met vrouwen van Inlandsche hoofden en vrouwen uit de volksklasse over het idee van het onafhankelijke, zelfstandige, geldverdienende meisje gesproken, en 't kwam telkens hierop neer: "Er moet één zijn, die voorbeeld geeft." Wij zijn overtuigd, dat, als een den moed heeft om te beginnen, velen zullen volgen. Werkelijk het zal géén onbegonnen werk zijn. De quaestie is maar: één moet voorgaan, en het voorbeeld moet goed, degelijk zijn. De een