Naar inhoud springen

Pagina:Kartini - Door Duisternis Tot Licht (1911).djvu/263

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

237

de vrije, onafhankelijke Europeesche vrouw. Zij zou 't idealig vinden, als 't ook zoo in de Inlandsche wereld was.

Er is eene andere regentsdochter hier geweest, een Soendaneesch[Pg 149] meisje, dat geen woord Javaansch spreekt, en met ons in 't Hollandsch converseerde.

De eerste vraag, die ze mij deed was: "Hoeveel moeders hebt u?" Ik keek haar met pijnlijke verbazing aan. (Zij was in huis bij Europeanen opgevoed). En dan ging ze door (schrik niet): "Ik heb 53 moeders, weet u, en ben met ons 83 (zegge drie en tachtigen). Ik ken de meeste mijner broers en zusters niet; ik ben de jongste, en heb mijn vader nooit gekend; die was gestorven vóór mijn geboorte". Is 't niet diep, diep treurig?

In vele streken van de Preanger hebben de adellijke meisjes vrije keuze, velen kennen haren aanstaanden echtgenoot. De jongelieden kennen elkaar en verloven zich op Europeesche wijze. Gezegend land! en toch—en toch! Daar is een meisje, eenig kleinkind van een regent, (de ouders zijn dood), heeft eene prachtige opvoeding genoten. Naar hetgeen haar onderwezen werd te oordeelen, moet ze een wonder van geleerdheid zijn; zij speelt keurig piano, enz. enz. Zij is verloofd op Europeesche wijze en getrouwd—met iemand—die vrouwen en een troep kinderen, waaronder volwassenen zijn, heeft. Ik heb met eene schoondochter van haar kennis gemaakt, een lief Hollandsch sprekend vrouwtje, moeder van een twee-