Naar inhoud springen

Pagina:Kartini - Door Duisternis Tot Licht (1911).djvu/268

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

242

winnen, wat zou dat veel goed doen! O! wanneer zal toch de tijd aanbreken, waarop jongens en meisjes, mannen en vrouwen elkaar als gelijke wezens zullen beschouwen, als kameraden? Zooals 't nu is in onze Inlandsche maatschappij—bah! wat worden wij vrouwen toch vernederd, telkens en telkens weer!