Pagina:Keulemans - Vogels van de Kaap-Verdische Eilanden (1866).pdf/12

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 374 —

geheel wit te zijn, wanneer men hem in de vlucht waarneemt. Zijn bek heeft eene heldergeele kleur. Hij vliegt snel en wordt even als Sula fiber en Tachypetes aquila, nabij de kusten gevonden.

Bij de inboorlingen is hij onder den naam van Rabo de jonca bekend, hetgeen rietstaart beteekend.




DE VOGELS VAN ILHA DO PRINCIPE (PRINSEILAND).

Er komen op Prinseiland ongeveer drie-en-veertig soorten van vogels voor, waarvan zes-en-twintig als standvogels kunnen beschouwd worden. De overigen bezoeken het eiland op den trek, hetzij regelmatig, hetzij tengevolge van buitengewone omstandigheden. Velen dezer standvogelsoorten zijn zoo talrijk aan individuen, dat men er bijna in elken boom een of meer ziet. Vooral is het onbebouwde gedeelte van dit eiland rijk aan vogels, aangezien zij daar nooit of weinig gestoord worden en overvloedig het geheele jaar door voedsel vinden.

Niettegenstaande het eiland zeer klein is, zijn er toch soorten, die slechts op bepaalde plaatsen gevonden worden, zoo als Ibis (Geronticus) olivaceus, die uitsluitend de bosschen van het westelijk gedeelte bewoont. Op dezelfde plaats ziet men langs de kusten Sterna panayensis, terwijl Sterna stolida slechts in de zuidelijke streken gevonden wordt.

Anderen, zoo als Chrysococcyx smaragdinus en Hirundo torquata, bewonen in den zomer de hoogere en in den winter de lagere streken des eilands.

Vele soorten zijn over het geheele eiland verspreid. Eenigen van deze bewonen vlakten of bosschen, anderen zoo als Halcyon dryas en Nigrita bicolor, houden zich nabij rivieren op, terwijl Alcedo coeruleocephala langs de zeekusten en nabij de rivieren der lagere streken gevonden wordt.

Eenige dezer vogels vereenigen zich troepsgewijze of leven in gezelschap met andere soorten. De beide duivensoorten, Lamprotornis ignitus en Zosterops ficedulina, leven uitsluitend in troepjes van hunne soort, hoewel men somtijds de twee eerstgenoemden bij elkander aantreft.

De broeitijd is bij de meeste soorten vrij ongeregeld, vermits men het geheele jaar door broeiende vogels vindt. De meeste groote vogels