Pagina:Keulemans - Vogels van de Kaap-Verdische Eilanden (1866).pdf/13

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 375 —

broeien na den regentijd, de meeste kleinen in den zomer of het geheele jaar door.

De meeste kleinen zijn zeer mak en omgekeerd de grootere soorten zeer schuw.

Eenigen zijn op dit eiland onder portugeesche, anderen onder inlandsche namen bekend; aan de meeste trekvogels geeft men in het geheel geen naam, of slechts den naam van die soort, waarop zij het meest gelijken. De op Prinseiland door mij waargenomen soorten zijn de volgende: Halcyon dryas, Alcedo coeruleocephala, Dicrurus modestus, Lanius excubitor (?), Coracias bengalensis, Cypselus abyssinicus, Hirundo torquata, Hirundo urbica, Psittacus erythacus, Psittacula pullaria, Chrysococcyx smaragdinus, Lamprotornis ignitus, Lamprotornis chrysotis, Cuphopterus Dohrni n. sp., Parinia leucophaea, Zosterops ficedulina, Nectarinia Hartlaubi, Nectarinia Fraseri, Motacilla (?), Sylvia (?), Saxicola rubetra, Nigrita bicolor, Symplectes princeps, Buserinus rufilatus, Ploceus erythrops, Spermestes cucullata, Estrelda astrild, Columba...(?) Turtur...(?), Treron calva, Ibis olivaceus, Ardea gularis, Ardea atricapilla, Glareola...?, Tringa...?, Tringa?, Tringa?, Actitis hypoleucos, Numenius phoeopus, Sula fiber, Sterna stolida, Sterna panayensis, Phaëton candidus.

De meest algemeene soorten der standvogels zijn: Psittacus erythacus, Symplectes princeps, Spermestes cucullata.

Als zeldzaam kunnen de volgende soorten beschouwd worden: Chrysococcyx smaragdinus, Psittacula pullaria, Hirundo torquata, Buserinus rufilatus, Ibis olivaceus en Sterna panayensis.

De overige vogelsoorten, ofschoon niet zeldzaam, zijn echter niet bijzonder talrijk aan individuën.

Sommige dezer vogels houden zich meestal op vaste plaatsen op, zoo als bij voorbeeld: Chrysococcyx smaragdinus, die alleen in den regentijd de hoogere bergstreken verlaat; Ibis olivaceus, die uitsluitend de bosschen van het westelijk en zuidelijk gedeelte bewoont; Sterna panayensis, die slechts langs de kusten van het onbebouwde gedeelte voorkomt; Sterna stolida, welke men alleen in het zuidelijk gedeelte vindt, en Sula fiber die, even als Sterna panayensis, de kusten van het onbebouwde gedeelte des eilands bewoont.

In de bosschen van het onbebouwde gedeelte zijn de volgende vogels het talrijkst: Dicrurus modestus, Cypselus abyssinicus, Nectarinia Fraseri, Zosterops ficedulina, Lamprotornis ignitus, Buserinus rufilatus, Columba...?, Turtur...? en Treron calva.

In de hoogere bergachtige streken komen voornamelijk voor: Cypse-