Pagina:Keulemans - Vogels van de Kaap-Verdische Eilanden (1866).pdf/17

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 379 —

Deze vogel draagt den zonderlingen naam van Maria Palou of bij verkorting Mac Palou, en wel om de volgende redenen: Volgens de inboorlingen was de vrouw Maria Palou eene waarzegster of tooverheks. Toen genoemde vrouw haar einde voelde naderen, zat deze vogel juist op het dak harer woning. Niemand wilde haar eenige hulp verleenen, zelfs hare bloedverwanten weigerden haar te zien. Eindelijk trad een geestelijke het huis binnen, waarop de booze geest, waarvan de tooverheks bezeten was, dadelijk ontvluchtte en wel door den schoorsteen. Aldaar ontwaarde de booze geest den vogel, op het dak gezeten en ging daarin over. De Dicrurus veranderde toen plotseling van kleur; hij werd geheel zwart en kreeg roode oogen. Na dien tijd bezat hij dezelfde eigenschappen als Maria Palou, welken naam men hem daarom gegeven heeft.

Welke kleuren deze vogel vóór dien tijd gehad heeft, is den inwoners onbekend.

Daar zich in de omstreken van het kerkhof vele dezer vogels ophouden, en er doorgaans een of twee op het kruis der kapel zitten en zingen of liever schreeuwen, zoo gelooven de inboorlingen, dat de vogel met de overledenen gesprekken voert.

Hun onaangenaam stemgeluid, dat meer naar het blazen eener kat dan wel naar den zang van een vogel gelijkt, maakt, vooral bij avond, een onaangenamen indruk op den toehoorder. Zij zitten op dezen tijd, vijf tot acht bij elkaar, in een boom en schreeuwen om het hardst. Zij bootsen het geluid van Halc. dryas en van Lamp. ignitus vrij duidelijk na, doch het luidt scherper of meer schor. Ook maken zij dikwijls een ratelend geluid, dat naar het opwinden eener klok gelijkt.

Meestal ziet men hen op de buitenste takken der boomen zitten, alwaar zij op hun buit loeren, welke doorgaans uit vliegende insekten bestaat, die zij in de vlucht vangen. Zij zijn verlekkerd op sprinkhanen, die zij somtijds tot in de huizen vervolgen. Op den grond komende, houden zij hun staart omhoog gericht. Sommige inwoners denken dat zij twee staarten hebben, vermits die gevorkt is.

De broeitijd van dezen vogel is van Oktober tot Januari. De jongen vliegen, wanneer zij het nest verlaten hebben, nog langen tijd met hunne ouders in het rond. De nesten, zamengesteld uit biesjes en worteltjes, zijn groot, doch weinig kunstmatig en op of tusschen takken van hooge boomen bevestigd. De eieren van dezen vogel heb ik niet gezien.