Pagina:Keulemans - Vogels van de Kaap-Verdische Eilanden (1866).pdf/27

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 389 —


ZOSTEROPS FICEDULINA.

Dit vogeltje herinnert, wat grootte en kleur betreft, Phyllopneuste trochilus; is echter reeds van ver daarvan te onderscheiden door den witten oogkring. Deze witte kleur loopt vervolgens langs het voorhoofd, hetgeen aan een bril doet denken. Aan de oogleden zelven ontwaart men eenige roode vedertjes.

Beide seksen hebben dezelfde kleur. De broeitijd is in September en later. Zij maken hun klein halfkogelvormig nest tusschen takjes en bezigen tot bouwstof: fijne grashalmen, draden van banaanbast en mos; van binnen wordt het nest met katoen of pluis belegd. Het wijfje legt drie tot vijf witte eieren, die aan het stompe einde min of meer licht roskleurig gespikkeld zijn.

Hun voedsel bestaat uit kleine insekten en beziën. De mannetjes hebben eenen liefelijken zang. Hun gewoon geroep luidt als: chierrr, chierrr enz. en is hetzelfde als van de voorgaande vogelsoort Parinia leucophaea. Bij deze vogeltjes nam ik waar, dat zij zich nooit met andere vogels, dan met Parinia, vereenigen en, met deze vereenigd zijnde, ook dezelfde lokstem hebben, terwijl zij, in gezelschap van hunne soort levende, nooit dat geluid doen hooren, maar dan eene lokstem hebben, welke met die van ons winterkoningje of goudhaantje (Regulus cristatus) zeer overeenkomt.

In de lagere streken van Prinseiland komen deze vogeltjes weinig voor, terwijl zij daarentegen in het hoogere gedeelte van dit eiland vrij algemeen zijn. Zij dragen den zonderlingen naam van Owee-gapaö, hetgeen in de landtaal oog van garapaö beteekent; garapaö is wederom de landnaam van zekeren visch met witte oogkringen.


NECTARINIA HARTLAUBI.

Deze Nectarinia is buitengewoon algemeen en wordt op alle gedeelten des eilands, zoowel in vlakten als in bosschen, gevonden.

De wijfjes hebben eene grauwe kleur en geene glanzige keelvederen. Hare bovendeelen zijn grauwgroen en de onderdeelen vuil wit. Bij de mannetjes zijn de pooten, even als de bek, zwart; de wijfjes hebben echter grauwgekleurde pooten en, even als het mannetje, een bruine iris. Deze vogels nestelen in heesters en hebben geen vasten broeitijd. Hun kunstmatig zaâmgesteld nest is van fijne plantendraden of uitgepluisde palmbladen gemaakt, en van binnen met zacht pluis belegd. Het nest is 15 à 18 centimeters lang, heeft eene peervormige ge-