Pagina:Keulemans - Vogels van de Kaap-Verdische Eilanden (1866).pdf/28

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 390 —

daante en hangt aan een of meer dunne takjes. De opening is zijdelings en spleetvormig. Het wijfje legt slechts één wit, nagenoeg kogelvormig ei. Het jong wordt, nadat het zijne ouderlijke woning verlaten heeft, nog lang door de moeder gevoed. Wanneer het jong een wijfje is, behoudt het de kleur der moeder; is het daarentegen een mannetje, zoo krijgt het langzamerhand zijne kleuren. Alsdan wordt de keel grijs en komen de glanzige stijve vederen later te voorschijn.

Bij jonge voorwerpen is de wortel der onderkaak, even als de mondopening, helderoranje.

In Augustus zijn de meesten dezer vogels gepaard, alhoewel men het geheele jaar door paren ziet, die nog hun jong voeden. Hun voedsel bestaat uit kleine insekten, vooral mieren en bladluizen, welke zij met hunne lange tong uit de bloemen halen. Dikwijls ziet men hen, even als de kolibri's, zich door snelle vleugelslagen, voor de bloemen, als staande houden. Op deze wijze vliegen zij van bloem tot bloem. Zij hangen ook dikwijls onder aan de vruchten der bananen, om de daarop aanwezig zijnde insekten op te pikken of om het daaruit loopende vruchtensap te drinken.

De zang der mannetjes is niet onaangenaam en bestaat uit de helder klinkende syllaben: foewie, fiviet-pidli-pidli enz.; de wijfjes zingen niet. Het gewoon geroep dezer Nectarinia gelijkt op dat van den Fitis (Phyllopneuste trochilus).

Men vindt hen weinig in gezelschap met andere vogels; doorgaans vliegen zij gepaard of alleen en na den broeitijd met hun jong. Zij zijn zoo mak, dat, wanneer men hun zang nabootst, zij tot op eenige voeten afstand van den nafluiter komen. In Augustus vond ik bijna niets dan mannetjes, waarschijnlijk omdat de wijfjes broeiende waren. Zij waren zoo mak en kwamen mij zoo nabij, dat ik ze met behulp van een lijmstokje, van één meter lang, vangen kon.

De inwoners geven aan deze soort de namen van Siwie barbeiro en Siwie boca longe, hetgeen Barbiervogel en Langbekvogel beteekent. De Portugeezen van het eiland geven haar den naam van Beshaflore.


NECTARINIA FRASERI.

Deze tweede soort van Ilha do Principe is minder talrijk aan individuen dan de voorgaande (Nect. Hartlaubi) en komt hoofdzakelijk in bosrijke, sombere streken voor. Zij heeft de grootte van een sijsje, doch haar staart is langer. Er bestaat weinig verschil tusschen de twee seksen. De mannetjes hebben bezijden de borst eenen bundel zijdeachtig