Pagina:Keulemans - Vogels van de Kaap-Verdische Eilanden (1866).pdf/37

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 399 —

Deze vogels zijn buitengewoon schuw en voorzichtig en leven in troepen, zelden alleen. Door de inwoners worden zij Garça genoemd, terwijl de naam van Garça branca aan de witte variëteit gegeven wordt.


ARDEA ATRICAPILLA.

Deze reigers komen meer in het binnengedeelte des eilands dan langs de kusten voor. Zij leven langs de rivieren en worden tot op 1500 voet hoogte aangetroffen. De mannetjes zijn donkerder gekleurd dan de wijfjes, en de jongen meer naar het bruine trekkende. Bij de ouden is de bek grijsachtig, de pooten zijn hooggeel en de iris is oranje; de jongen hebben dezelfde kleur van bek en pooten, doch de iris is bruin.

Deze vogels loopen langzaam en ineengedrongen over de steenen der ondiepe rivieren of zitten in de boomen en zijn, even als de voorgaande soort, zeer schuw. Zij laten, onder het opvliegen, een schel geluid hooren, overeenkomstig met de syllaben tjoenk, tjoenk enz. In Augustus 1865 nam ik er velen in het westelijk gedeelte waar.

Volgens de inboorlingen broeien zij in November en December. Zij worden Gallo d'agua genoemd, hetgeen in het Portugeesch waterhaan beteekent.


GLAREOLA?

Langs het strand, komt eene Glareola, doch zelden, voor; in September werd ons een mannelijk voorwerp gezonden, hetwelk aldaar geschoten was. De bovendeelen waren grauwachtig, de onderdeelen iets lichter, de pooten zwart en de iris was bruin. In de maag vond ik overblijfselen van sprinkhanen.


TRINGA...?

Ik nam op Prinseiland drie verschillende soorten van strandloopers waar, die, even als de voorgaande Glareola, alleen op den trek het eiland bezoeken. In het westelijk gedeelte zijn zij overvloediger dan op andere plaatsen.

Eene kleine soort wordt aldaar gedurende alle jaargetijden aangetroffen, doch is er nooit broeiende gevonden. Hare bovendeelen zijn grijsachtig en de buik en onderdekvederen van den staart wit; de nek is van flauwe overlangsche streepjes voorzien.

Eene tweede Tringa heeft den bek iets langer en min of meer afdalende, doch dezelfde kleuren als eerstgenoemde.