Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/319

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

DE KANARIEVOGEL.

FRINGILLA CANARIA.


Kanarievogels behooren tot de Vinkenfamilie, doch vormen, met nog eenige soorten, het door velen aangenomen nieuwe geslacht Serinus of Crithagra. De wetenschappelijke soortnaam Canaria of canarius beteekent eigenlijk: „iets wat de honden betreft". Dit heeft echter waarschijnlijk minder betrekking op den vogel zelven, dan wel op zijn oorspronkelijk vaderland. De Kanarie, deze thans zoo algemeen verspreide vogel, is namelijk van de Kanarische eilanden en van Madeira, afkomstig. In het begin der vijftiende eeuw werd hij voor het eerst, en wel uit Madeira, in Europa aangevoerd.

Tegenwoordig worden deze vogels, in den natuurstaat, op eerstgenoemde eilanden schaars, op Madeira echter menigvuldiger aangetroffen; daar komen zij tot in de tuinen der stad (men houde in het oog, dat op Madeira de tuinen hoofdzakelijk in en nabij de stad gevonden worden) en zingen er bijna het geheele jaar door. Het zonderlingst is, dat die Kanarievogels, welke op Madeira in menigte te koop worden aangeboden, niet van die plaats zelf of van de Kanarische eilanden afkomstig, maar uit Europa daar aangevoerd zijn. Daar nu dezen gewoonlijk geel zijn en er slechts weinig bonte of groene voorwerpen onder gevonden worden, heeft dit, in verband met het algemeen bekende feit, dat deze vogelsoort in den vrijen staat op Madeira wordt aangetroffen, sommigen tot de meening geleid, dat de Kanarievogel oorspronkelijk geel zou zijn. Dit is echter niet het geval, en de oorspronkelijke kleuren, die der type, zijn de volgende: Bovenkop, wangen en rug grijsachtig groen met donkere, overlangsche strepen; iets meer grijs in den nek onder of achter de oorstreek; voorhoofd en eene streep boven het oog groenachtig geel; kleine vleugeldekveêren en stuit, dezelfde kleur, doch iets bruiner, of liever, meer vuil chromaat- en minder groengeel; de geheele onderzijde flets geel; aan beide