Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/372

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


dan nog wat fletser van kleur, en ontbreken hun nog de witgeschubde halsvederen. Zij blijven dan nog eenigen tijd onder de hoede der ouders, met wie zij 's ochtends rondvliegen en 's namiddags op een en denzelfden tak uitrusten. Veelal ziet men ze tegen zonsondergang in de toppen der hooge boomen, in eene kort ineengedrongen houding zittende.

Deze Duiven, vooral de ouden, worden zelden levend gevangen, omdat zij zeer schuw en voorzigtig zijn. Door hunne snelle vlugt ontkomen de ouden ook meestal het schot des jagers en den aanval der roofvogels. Daarentegen worden dikwijls de jongen door sperwers, uilen, kraaijen en andere vogels, ja zelfs door ratten uit het nest geroofd.

Even als de Zwaan, verdedigt zich ook de Tortelduif door met den vleugel te slaan, wat haar echter in den broeitijd, wanneer zij door een rat of wezel wordt aangevallen, dikwijls noodlottig is, daar deze vijand den oogenblik, waarop de Duif den vleugel opheft, waarneemt, om haar plotseling bij het ligchaam te grijpen.

Wij kunnen haar niet als een nuttigen vogel beschouwen; want de schade, die zij aan peulvruchten en aardbeziën veroorzaakt, is grooter dan het voordeel, dat wij van haar trekken. Voor de keuken echter zijn vooral de jongen aanbevelenswaardig, vooral wanneer zij tegen den trektijd (September) geschoten zijn.

In den gevangen staat voedt men hen met boekweit of hennepzaad. Veelal worden zij zeer oud, doch telen nimmer of hoogst zelden in de kooi, en paren evenmin—schoon velen het tegendeel willen beweren—met de Tamme Tortel- of Lachduif, met welke soort zij evenwel in verschillende opzigten, behalve in het koeren, veel overeenkomst hebben.