Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/541

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


in allerijl aan wal stapten. Dergelijke voorzorgsmaatregelen zijn ook menigmaal bij de Tamme Eenden op te merken. Soms treedt ook de Waard, die eerst na het uitkomen der jongen zich bij de familie voegt, tot hunne bescherming op, doch den regel bemoeit hij zich daarmede weinig.

Het voedsel der ouden bestaat in kleine slakjes, water-insecten, jong groen en kroos; somtijds, doch alleen bij gebrek aan beter voedsel, eten zij ook kleine vischjes. De jongen worden niet gevoederd, maar vinden zelve hun levensonderhoud zoodra zij in het water komen.

In het najaar zijn het vooral de jongen, die als goed wildbraad worden aangemerkt, ofschoon de volwassenen evenmin te versmaden zijn. Men jaagt ze van Augustus tot December en later, 's nachts of in den vroegen morgen. De jagers bezigen daartoe eenige uit hout gesneden eenden, die geverwd worden en welke men, in gezelschap van eenige tamme voorwerpen, op eenigen afstand laat drijven. Deze houten eenden zijn met touwtjes aan elkander gehecht, zoodat men ze naar verkiezing trekken kan en zij de boot, waarin zich de jagers bevinden, volgen moeten, wanneer deze van plaats verandert. De voorbijtrekkende Wilde Eenden, die door het geroep der Tamme en den aanblik van de houten voorwerpen in den waan worden gebragt, dat zij een geheelen troep reismakkers vóór zich zien, dalen en worden, nog vóór zij in het water komen, door den jager, die zich achter eenig riet verbergt, geschoten. Op die wijze wordt men er velen magtig en is het de meest eigenaardige jagt.

Om tamme Eenden te verkrijgen, dient men eerst Wilde te vangen, die tam te houden en te laten broeijen. Dit gaat echter met vele moeijelijkheden gepaard; want de jonge Wilde voorwerpen zijn niet ligt magtig te worden, en zelfs wanneer eijeren van Wilde Eenden door Tamme worden uitgebroeid, zwemmen of vliegen de daaruit voortgekomen jongen weg, of zij zijn schuw, wild en laten zich zelden temmen. Men vangt dus gewoonlijk de halftamme, die men verkrijgt door Tamme Eenden tegen den paartijd los te laten, en wel op die plaatsen, waar reeds Wilde gezien zijn. Deze Tamme nu zullen meestal met de Wilde Waarden in aanraking komen, paren en broeijen, en de jongen, die daaruit geboren worden, zijn de zoogenaamde halftamme. Deze zijn, onder de hoede eener tamme moeder, zeer goed te genaken of komen dikwerf met haar uit eigen beweging aanzwemmen. Verschillende broeisels van halftamme Eenden worden opgevangen, gekooid of in tammen staat gehouden, en wanneer deze onderling paren, zullen