doen betalen. Ook hield hij zich, gedurende zijn verblijf in Rome, zeer stil, en vermijdde alles wat eenigzins van hem zoude kunnen hebben doen spreken. Evenwel liet hij niet na eene jonge dochter, die, op het punt van trouwen staande, gestorven was, en welke, uit dien hoofde, door haren bruidegom zeer beschreid werd, van de doode optewekken. Philostrates durft echter niet verzekeren, dat de persoon wezenlijk dood was, en verhaalt, dat de ommestanders dezelfde twijfel hadden gevoed. Hoe het zij, deze daad, en misschien eenige onvoorzigtige woorden, die hij zich had laten ontvallen, haalden hem, niet tegenstaande zijn voornemen om op zijne hoede te zijn, eene beschuldiging op den hals.
Voor Tigellinus gekomen zijnde werd deze prefekt der Prætorianen niet weinig verwonderd, als hij zag, dat de akte van beschuldiging, waarin de bezwaren tegen Apollonius stonden aangeteekend, wit papier in zijne handen werd, waarop geen spoor van schrift meer te vinden was. Hij ondervroeg nogtans den beschuldigden zeer in ’t geheim, maar zond hem vrij en frank weder terug. Niet lang daarna, het zij dat Nero, zoo als Philostrates verhaalt, toenmaals alle de wijsgeeren uit Rome verbande, het zij om eenige andere redenen, ging Apollonius uit Rome, en reisde naar Spanje, om de straat van Herkules (tegenwoordig de straat van Gibraltar) en Kadix te gaan berigten. (Het vervolg hierna.)
MENGELINGEN.
In Frankfort en in eenige andere steden van Duitschland houd zich tegenwoordig bij wijlen een Albinos op, genaamd George Gamber, geboortig van Offenbach, bij Landau, en omstreeks de 27 jaren oud. Hij is vrij groot en schijnt van een sterk ligchaamsgestel te zijn. Hij heeft de haren, de baard, de wenkbrauwen, de oogpinken, met een woord al het haar, van eene bijzondere witte kleur, welke geenszins gelijkt naar die van door ouderdom grijze haren, evenmin als naar dat laffe blonde, hetwelk, aan sommige menschen eigen is, maar trekkende een weinig naar het gele: zijne haren zijn zeer zacht op het gevoel. Zijn vel is bijzonder fijn en bijna doorschijnende. Zijne wangen hebben eenen ligte rozen kleur. De Iris[1] in zijne oogen is van een violetrood; en het geen het verwonderlijkste is, bestaat, hier in, dat ook de pupil geheel rood is. Deze pupil is in eenen altoosdurenden staat van zamentrekking. Het minste buitengewoon schijnsel van licht veroorzaakt hem eene onaangename gewaarwording; ook doet hij, gedurende den dag, niets dan met de oogen knippen. Hij ziet de voorwerpen slechts op eenen kleinen afstand, en zoekt werktuiglijk alle middelen, om zich voor een te groot daglicht te behoeden. Gedurende de schemering, onderscheid hij de voorwerpen, zelfs op eenen redelijken afstand, vrij beter; maar ook dan spant zich de pupil, niet dan zeer weinig uit. De vader, de moeder en twee broeders van dat mensch hebben alle zwarte haren; maar hij heeft eene jongere zuster, die, even als hij, alle de merkteekenen heeft, zoo als wij die hebben beschreven, en die de Albinos kenschetsen.
- ↑ De Iris is de kleur, die den pupil of oogappel, welke doorgaands zwart is, omgeeft; en waardoor dus wordt uitgemaakt of men zwarte, blaauwe, bruine oogen enz. heeft.
PUBLIEKE FONDSEN.
Den 27sten van sprokkelm. 1809 waren, op de beurs van Parys, de prijzen der publieke fondsen als volgt: 5 pCt. geconsol., interest doende met den 22sten van herfstm. 1808, 79 fr. 80 c. Idem, interest doende met den 22sten van lentem. 1809, 0 fr. 0 c. Aktien van de fransche bank, 1192 fr. 50 c.
De beursprijs van diversche effecten was, op zaturdag den 4den van lentemaand 1809, te Amsterdam, als volgt:
Holland.
| Oude obligatien | 2½ | pCt. | 33 | à | 34 |
| Recepissen geforc. negotiatie 1795⁄6 | 2½ | 54¼ | à | 34½ | |
| Dito vrijwillige negotiatie 1797 | 5 | 65¼ | à | 65½ | |
| Dito negotiatie 1804 | 5½ | 72 | à | 72½ | |
| Obligatien negotiatie 1807 | 6 | 101¾ | à | 102¼ | |
| 50 jarige renten 1788⁄9 | 5 | 79 | à | 80 | |
| 20 jarige dito 1804 | 5 | 42 | à | 42¼ | |
| Nat. schuldbrieven | 2½ | 35 | à | 35¼ | |
| Nat. schuldbrieven | 3 | 39¾ | |||
| Dito losrenten | 2½ | 34¼ | à | 34¾ | |
| — dito | 3 | 39¼ | à | 39¾ | |
| — — 1798⁄9 | 3½ | 45¼ | à | 45¾ | |
| — — 1801 | 3½ | 45¼ | à | 45¾ | |
| — domeinen | 4 | 78½ | à | 79 | |
| — dito 1802 | 5 | 65 | à | 65½ | |
| Bat. rescript, losbaar na den vrede | 4 | 53 | à | 55¼ | |
| Certif. negot. 1808 | 7 | 90¼ | à | 90½ | |
| Recepissen van dito | 7 | 90 | à | 90½ |
amerikaansche fondsen.
| Bij Stadnitski, van 1787 | 6 | pCt. | 209 | à | 211 |
| Bij van Staphorst, van 1789 | 6 | 199 | à | 203 | |
| Bij Crommelin | 6 | 130 | à | 131 | |
| Bij van Staphorst, van den 1sten van louwm. 1791 | 6 | 87 | à | 87½ | |
| Bij Idem, van den 1sten van grasm. 1791 | 5½ | 79½ | à | 80 | |
| Bij Idem, van den 1sten van hooim. 1791 | 5½ | pCt. | 77 | à | 77½ |
| Bij Idem, van den 1sten van slagtm. 1791 | 4½ | 64½ | à | 65 | |
| Bij Idem, van den 1sten van zomerm. 1792 | 4½ | 64½ | à | 65 | |
| Bij Hope en comp., C. S. | 5½ | 107 | à | 107½ | |
| Bij van Staphorst, C. S. | 5½ | 102¾ | à | 103¼ | |
| certificaten van origin. fondsen. | |||||
| Bij van Staphorst, C. S. | 3 | pCt. | 63 | à | 63½ |
Denemarken.
| Op de kroon, bij Finman | 4 | pCt. | 95¾ | à | 96¼ |
| Op de bank, bij Dull | 4 | 98½ | à | 99½ | |
| Op de tollen, bij Idem | 4 | 91½ | à | 97½ | |
| Aziatische comp., bij Idem | 5 | 93½ | à | 94½ |
Spanje.
| Bij Echenique | 3½ | pCt. | 47 | à | 48 |
| Bij Hope en comp., van 1805 | 3½ | 76½ | à | 77 | |
| Bij Hope en comp., van 1807 | 5½ | 70 | à | 70¼ |
Oostenrijksch-keizerlijke.
| Op de weenerbank, bij Goll en comp. | 5 | pCt. | 34¾ | à | 36½ |
| Dito, bij Idem | 4½ | 32½ | à | 34 | |
| Dito, bij Idem | 4 | pCt. | 32½ | à | 34 |
| Certificaten, bij dito | 5 | 31½ | à | 31¾ | |
| Rusland, bij Hope en comp | 5 | 85½ | à | 86¼ | |
| Portugal, hij dito | 5 | 97¾ | à | 98¼ | |
| Napels, bij dito | 6 | 92½ | à | 93 | |
| Zweden, bij Hogguer en Hasselgreen | 5 | 80 | à | 81 | |
| Saxen, bij Brauneberg | 5 | 103 | à | 103¾ | |
| Fransche fondsen | 5 | 77¼ | |||
| Certificaten van dito, bij Ketwich en Voombergh, van Halmaal en Hagendoorn, en Willem Borski | 5 | pCt. | 77¼ |
ZEE-TIJDINGEN.
Den 2den van lentemaand, te Amsterdam gearriveerd Aris Hendriks, de Zeevaart, van Bergen.
Den 5den, Jan Jansz. Duit, de jonge Pieter, en Lourens Jansz.; de Vr. Ida, beide van Hengstefordt, en Geert H. Klompien, de Vr. Marta, van Leer.
De op den 3den, in Texel binnengekomen smakschip, waarvan gister gemeld, is Pieter Clercq, de Francisca, van strand te Wijk aan Zee; uitgezeild den franschen kaper la Revange, kapitein van Vliem; de wind O.
Den 4den, binnengekomen den franschen kaper la Revange, kapitein van Vliem; de wind O.
Den 2 en 3den, in ’t Vlie niets gepasseerd; de wind O. Z. O.
Van den 28sten van sprokkelmaand tot den 2den van lentemaand, op Westerschelling niets gepasseerd; de wind O. Z. O.
Den 1 en 2den van lentemaand, te Helvoet niets gepasseerd; de wind W. Z. W. en N. O.
Den 1 en 2den, te Brielle niets gepasseerd.
De brik Jennij, kapitein Roneau, van welke wij laatst gemeld hebben, dat bij het eiland Rhé voor anker lag, heeft zich op de rivier Marens in de modder doen verzeilen, om te vermijden van door den vijand, die hem vervolgde, te worden genomen. Zijne lading bestaat uit 144,000 ℔ suiker, 125,000 ℔ koffij, 10,000 ℔ katoen en 52 ℔ indigo guatimala. Dezelve zullen door ligters in de haven van la Rochelle worden binnengebragt.
Te Hengstefordt gearriveerd P. H. Weever, de jonge Hendrik, en Rinske Anskes, de Vr. Swaandina, beide naar Amsterdam; H. Anthony, Jan Baars, Govert Baars, Hendrik Klaassen, Sjerk Euwes, Harm Klaassen, Jan H. Scholten, H. Wybes, H. Wolters, en Anth. Tjebbes, alle van Antwerpen; de laatste heeft voor Stickhauzen een lek bekomen, en moest uit dien hoofde de lading wijnen met ligters naar Hengstefordt opzenden; uitgezeild H. Eikes, naar Amsterdam; E. W. Brink, B. Abele, J. Zuidema, en P. O. Bakker, alle naar Rotterdam, en C. Boomgaardert, naar Embden.
Van Hengstefordt wordt gemeld, dat, daar het Porto-Franco-regt te Embden nu vervallen is, de schepen van Delfzijl direct naar Hengstefordt konden varen, mits uitklarende aan het laatste kantoor der convooijen en licenten, zijnde te Detern, een uur van Hengstefordt gelegen.
GEBOORTE EN STERFBERIGTEN.
Het getal der in Dordrecht gedurende den jare 1808 overledenen, bedraagt 820; dat der geboornen 581; en dat der ondertrouwden 153 paar. Onder de overledenen telt men 4 menschen die verdronken zijn. In het jaar 1807 bedroeg het getal der overledenen 960, dat der geboornen 662 en dat der ondertrouwden 140 paar.
Op den 12den van wijnmaand 1808; is te Philadelphia overleden, de heere J. H. C. Heincke, agent van commercie van Z. M. den Koning van Holland, bij de Vereenigde Staten van Noord-Amerika.
MINISTERIE van MARINE en KOLONIEN.
⁂ De minister van marine en kolonien zal, ten gevolge der veil-conditie van de verkooping; gehouden den 5den van hooimaand anno 1808, op dingsdag den 14den van lentemaand, anno 1809, te Amsterdam, aan den meestbiedende, andermaal doen veilen, de nagenoemde thee, uit bovengemelde verkooping, liggende bij de kantoren Amsterdam en Rotterdam.
| liggende ten kantore Amsterdam. | liggende ten kantore Rotterdam. | |||
| 5291 ℔ | thee | congo | 5291 | |
| 891 ℔ | kempoei | 891 | ||
| 5784 ℔ | souchon | 3873 | 1911 | |
| 7532 ℔ | hijssant schin | 6724 | 808 | |
| 2183 ℔ | hijssant | 2183 | ||
| 494 ℔ | joosjes | 323 | 171 |
Amsterdam, den 17den van sprokkelmaand 1809.
van der Heim.
⁂ De schout-bij-nacht Gerrit Verdooren, kommandant en directeur van het Noorder-departement, zal, ingevolge autorisatie van Z. E. den minister van marine en kolonien, aan de gesupprimeerde ’s Konings werf, te Harlingen, op woensdag den 15den van lentemaand 1809 aanstaande, voormiddags ten 10 uren, publiek doen verkoopen: eenig brandthout, moth, teertonnen, defecte sloepen, oud ijzer, een oude stag en oud touwwerk.
| Amsterdam, den 28sten van sprokkelmaand 1809. |
Den schout-bij-nacht en kommandant-directeur voornoemd, Gerrit Verdooren.
|
MINISTERIE van FINANTIEN.
⁂ Mr. T. van der Feen, commissaris tot de verponding over de stad Amsterdam, adverteert de daarbij belanghebbenden, dat, gedurende deze week, zijnde rondgebragt de extracten uit het register van den aanslag in het middel der verponding, in wijk 27 en 58, die extracten, welke niet zijn kunnen geëxploiteerd worden, ten kantore van hem commissaris, in de Doele straat, zijn liggende tot den 20sten van lentemaand aanstaande, om binnen dien tijd te ligten, en, des verkiezende, de memorien van doleantie inteleveren, op de dagen daar toe bepaald; zullende, bij faute van dien, en na verloop van dien dag, de eigenaren van de percelen, welker extracten als restanten zijn liggende, geconsidereerd worden in den aanslag te berusten.
MINISTERIE van BINNENLANDSCHE ZAKEN.
⁂ De minister van binnenlandsche zaken brengt, bij deze, ter kennisse van een iegelijk, dien zulks zoude mogen aangaan, dat, in den loop van lentemaand 1809, (de tijd en plaats nader te bepalen,) publiek zal worden geveild en verkocht, circa zeventien-honderd morgen drooggemaakte landen, in de nieuwkoopsche droogmakerij; mitsgaders het zoogenaamde huis Terschelling, gelegen op den Ringdyk der mijdrechtsche droogmakerij, aan den Amstel.
⁂ De commissie tot het examineeren der veeartsen adverteert, bij deze, aan alle de daarbij belanghebbenden, met erinnering tevens aan de meermalen te voren gedane advertentien, dat zij hare werkzaamheden nogmaals zal hervatten op den 20sten van lentemaand aanstaande; kunnende mitsdien die genen, welke begeeren geëxamineerd te zijn, zich adresseren aan den voorzitter der commissie, den staatsraad en hoogleeraar S. J. Brugmans, te Leyden.
| Leyden, den 23sten van sprokkelmaand 1809. |
Uit naam der voorsz. commissie, D. Heilbron Cz., fungerend secretaris, woonachtig te Amsterdam. |
MINISTERIE van OORLOG.
⁂ Alzoo Hendrik Jasper, zoon van Dirk, en Elisabeth Beuker, geboren te Delden, in Overijssel, oud 23 jaren, lang 5 voet, 5 duim,