Naar inhoud springen

Pagina:Koninklijke Courant 1809 no 057.pdf/3

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

man zeer wel gekend, wiens moeder dikwijls bezoeken van een satyr ontving. Het is ongelukkigerwijze, volgens dezen historieschrijver, dat wij genoodzaakt zijn het leven van Apollonius te schetsen.

De bronnen van de Nyl worden bewaakt door een geest, die de maat der wateren van de rivier regelt. De lezer begint te bemerken, dat wij in Ethiopie zijn, en wij zullen dns de overige bijzonderheden van dat land voor ons houden. Alleen komt ons een gezegde van Thespesion, opperhoofd der ethiopische wijsgeeren of Gymnosophisten, bij welke, en dit zij in het voorbijgaan gezegd, de wijsgeer, uit hoofde der lasteringen, van Euphrates, die hem vooraf gereisd waren, geen gustig onthaal vond, belangrijk genoeg voor, om den lezer te worden medegedeeld. »Wij leven, dus doet zich Thespesion hooren, wij leven op eene zeer eenvoudige wijze. De aarde schenkt ons geene zodenbanken, wij geven ons geenszins in de lucht op, en de beeken van melk en wijn vloeijen niet op ons bevel. Wij bekomen door onzen arbeid een eenvoudig en gezond voedsel, en vinden het juist daarom zoo veel te aangenamer, dewijl het met ons zweet gekocht is. De wijsheid wandelt met de eenvoudigheid, en heeft geenszins den toestel noodig; dien gij bij de indische wijzen hebt gezien. Ik weet, ik weet niet; doet dit; vermijd dat: zie daar de taal, welke den wijze betaamt, die, zonder grootspraak, zonder snorkerij, en zonder den wil leeft, om de oogen van het gemeen door het wonderbaarlijke te verblinden. Zoo wij echter deze zelfde wonderen, die u bij de Indianen zoo zeer hebben getroffen, niet uitoefenen, is zulks geenszins, dat ons daartoe magt of kunst ontbreekt, maar alleen de verachting, die wij daar voor voeden, wederhoudt ons daarvan. En om u daarvoor een bewijs te geven: gij olm, die mij aanhoort, groet den wijzen Apollonius.” De boom gehoorzaamde en groette, met eene vrouwe stem, den vreemdeling.

Het is ligt te begrijpen, dat Apollonius geen smaak in zulke redenen vond: ook liet hij niet na dezelve met alle magt te wederleggen. Maar ons bestek laat het niet toe, en de redenen, welke Philostrates hem ten dien einde in den mond legt, zijn niet belangrijk genoeg, dat wij dezelve alhier plaats zouden gunnen.

(Het vervolg hierna.)

PUBLIEKE FONDSEN.

De beursprijs van diversche effecten was, op dingsdag den 7den van lentemaand 1809, te Amsterdam, als volgt:

Holland.

Oude obligatien pCt. 33 à 34
Recepissen geforc. negotiatie 179⅚ 34¼ à 34¾
Dito vrijwillige negotiatie 1797 5 65¼ à 65¾
Dito begotiatie 1804 71¾ à 72¼
Obligatien negotiatie 1807 6 102 à 102¼
30 jarige renten 17889 5 79 à 80
20 jarige dito 1804 5 42 à 42¼
Nat. schuldbrieven 35 à 35¼
Nat. schuldbrieven 3 39½ à 40
Dito losrenten 34½ à 34¾
— dito 3 39¼ à 39¾
— — 17989 45¼ à 45¾
— — 1801 45¼ à 45¾
— domeinen 4 78½ à 79
— dito 1802 5 65 à 65½
Bat. rescript., losbaar na den vrede 4 52½ à 53
Certif. negot. 1808 7 90 à 90½
Recepissen van dito 7 89½ à 90

Amerikaansche fondsen.

Bij Stadniski, van 1787 6 pCt. 209 à 211
Bij van Staphorst, van 1789 6 199 à 203
Bij Crommelin 6 130 à 131
Bij van Staphorst, van den 1sten van louwmaand 1791 6 87 à 87½
Bij Idem, van den 1sten van grasm. 1791 79½ à 80
Bij Idem, van den 1sten van hooim. 1791 pCt. 77 à 77½
Bij Idem, van den 1sten van slagtm. 1791 64½ à 65
Bij Idem, van den 1sten van zomerm. 1792 64½ à 65
Bij Hope en Comp., C. S. 107 à 107½
Bij van Staphorst, C. S. 102¾ à 103¼
certificaten van origin. fondsen.
Bij van Staphorst, C. S. 3 pCt. 63 à 63½

Denemarken.

Op de kroon, bij Finman 4 pCt. 95¾ à 96¼
Op de bank, bij Dull 4 98½ à 99
Op de tollen, bij Idem 4 pCt. 91½ à 97
Aziatische comp., bij Idem 5 93½ à 94½

Spanje.

Bij Echenique pCt. 46 à 48
Bij Hope en Comp., van 1805 77½ à 78
Bij Hope en Comp., van 1807 pCt. 69¾ à 70¼

Oostenrijksche-keizerlijke.

Op de weenerbank, bij Goll en Comp. 5 pCt. 34¾ à 37½
Dito, bij Idem 32¼ à 34½
Dito, bij Idem 4 32¼ à 34½
Certificaten, bij dito 5 31½ à 32

Rusland, bij Hope en Comp. 5 pCt. 85¼ à 85¾
Portugal, bij dito 5 97¾ à 98¼
Napels, bij dito 6 92½ à 93
Zweden, bij Hogguer en Hasselgreen 5 75 à 76
Saxen, bij Braunsberg 5 103 à 103¼
Fransche fondsen 5 77½ à 77¾
Certificaten van dito, bij Ketwich en Voombergh, van Halmaal en Hagendoorn, en Willem Borski 5 pCt. 77½ à 77¾

ZEETIJDINGEN.

Den 7den van lentemaand, in Texel niets gepasseerd; de wind W. Z. W., stil.
Den 6den, in ’t Vlie niets gepasseerd; de wind O. Z. O.
Den 5den, op Westerschelling niets gepasseerd; de wind O. N. O.
Door den kaper la Nouvelle Gironde, van Bordeaux, is genomen doch vervolgens in de baai van Andierne gestrand, het engelsch schip William Sund, met traan, balein en robbenvellen, van de Kaap de Goede Hoop naar Londen; van de lading is slechts weinig geborgen.
Door den franschen kaper l’Embuscade, van Dieppe, is, na een gevecht van 1½ uur, genomen en te Duinkerken opgebragt het engelsch met koper beslagen schip the Avantgarde, van 400 tonnen, voerende 40 man en 22 zestien- en achttienponders, met 380 vaten suiker, 100 ceroenen indigo, 400 zakken cacao, 150 balen katoen, 40 pijpen rum en eene partij mahognijhout, van Trinidad naar Londen; hetzelve had zich op deszelfs reis van een franschen en een spaanschen kaper meester gemaakt, en, daags vóór het genomen werd, twee fransche kapers afgeslagen. Gemelde kaper l’Etabuscade is te Dieppe aangekomen, en heeft aldaar 27 gevangenen aan land gezet.
Een galjoot van 200 lasten, onder marokkaansche vlag, geladen met weedasch, van Teneriffe naar Londen bestemd, genomen door den kaper l’Espoir, kapitein Billemont, van St. Valery-en-Caux, is in die haven binnengeloopen.
De goelet l’Hirondelle, kapitein Joseph Carré; is, van Guadeloupe, in 57 dagen op de rivier van Bordeaux aangekomen.
Van Paimbœuf wordt, in dato den 24sten van sprokkelmaand, geschreven, dat zeven engelsche schepen, drie fregatten en twee korvetten den mond van de Loire blokkeren. Den 21sten, werd eene engelsche korvet, die den franschen vlag opgeheessen had, een poos als op avontuur varende aangemerkt; hetzelve stond op het punt, om zich van een vaartuig meester te maken, wanneer het erkend en genoodzaakt werd, door het vuur der forten, de ruime zee te kiezen.
Van Koppenhagen wordt, van den 21sten van sprokkelmaand, gemeld, dat, in den nacht tusschen den 18den en 19den dito aldaar, een zware N.W. storm ontstaan was, welke den volgenden dag aangehouden had; de Sont was daardoor geheel vrij van ijs geraakt, en ter reede van Koppenhagen was mede het ijs grootendeels opgebroken; verscheiden schepen, welke niet spoedig genoog ankers konden uitbrengen, waren aan het drijven geraakt, doch door tijdige hulp nog behouden geworden. Een wrak was met het ijs uit de Oostzee in den Sont gedreven, hetwelk men van de zweedsche zijde traditie te bergen, doch dit niet gelukkende, was hetzelve met de bergers den Sont uitgedreven. Voorbij Dragöe was in den slorm een klein jagt, waarop 5 personen, welke vruchteloos om hulp riepen, voorbij gedreven; kort daarna had men ook een boot, met twee menschen, zuidwaards drijvende gezien. Eeü groot driemastschip, uit het zuiden komende, zijnde waarschijnlijk een der prijzen, welke reeds lang in het ijs omdreven, was Amack gepasseerd en benoorden Dragöe aan den grond geraakt. Het prijsschip Nadesta, kapitein Bothas, hetwelk men eerst gemeld had, dat door het ijs verbrijzeld was, meende men nu weder, vóór den storm, bij Stevns te hebben zien kruissen.



MINISIERIE van FINANTIEN.

⁂ De rentmeester der domeinen, herkomstig van den doorluchtigsten huize van Paltz-Beyeren, over de stad, zuid- en westkwartier van Bergen-op-Zoom, aankomende het koningrijk Holland, brengt ter kennisse van allen en een iegelijk, dat men voornemens is, op dingsdag den 21sten van lentemaand 1809, des voormiddags ten negen uren, ten herberge van G. Moors, te Hogerheiden, te verkoopen:
Eene extra groote schoone partij kavels, masten, snoeiling, sparren en heinhouten, gelegen in de hogerheidsche plantage;
Mitsgaders, op den 22sten van lentemaand 1809, mede des voormiddags ten 9 uren, aan de huizinge in de wondsche plantagie.
Eene extra groote schoone partij kavels, masten, snoeiling, sparren en heinhouten, benevens eenige kavels schaarhout, en snoeiling van eike en andere boomen, in de gemelde plantagie van Wouw zich bevindende.
En zal dezelve rentmeester, daartoe gequalificeerd, op den 21sten van lentemaand 1809, ten huize van G. Moors, te Hogerheiden vermeld, om contant geld, ad opus jus habentium, verkoopen.
Eene sloep zonder tuig of want, gestrand aan den dijk van Prins Carels polder, thans liggende op de hoeve Heldernisse, gemerkt Genie Maritime no. 4. Canot de la Voilerie;
Alsmede eenige palissaden, en een gedeelte of stuk van een balie, met nog eene oude boot op voorschreve hoeve gelegen.
Terwijl mitsdeze worden opgeroepen, elk en een iegelijk, welke zouden willen en kunnen sustineren op dezelve eenig regt of pretentie van eigendom te hebben, ten einde zich vóór den gepretigeerden tijd, met behoorlijke bewijzen of getuigschriften gemunieerd, ter wederbekooming dezer goederen aan hem rentmeester te adresseren.

Bergen-op-Zoom, den
27sten van sprokkelmaand 1809.
De rentmeester voornoemd,
B. F. Vermeulen.

Lucas Hendrik Rysterborgh, gechargeerd met de administratie der nationale domeinen, herkomende van den vorst van Nassau, en gelegen onder Oosterhout, Dongen en de kommanderij ter Braacque, brengt, bij deze, ter kennisse van elk, dien zulks zoude mogen aangaan, dat hij, als daartoe behoorlijk geautoriseerd, ten overstaan van den commissaris E. Temminck, publiek, aan den meestbiedenden, bij opbod, ten bijwezen van die van den geregte van Oosterhout en Dongen, respectivelijck, zal verkoopen;
Op zaturdag den 18den van lentemaand 1809, des voormiddags ten 10 uren, ten huize en herberge van Knapen, op de hoeve, in de heide, onder Oosterhout:
1o. Vijf kavelen extra goed schaarshout, staande in het slotbosch;
2o. Vijf kavelen, willige schaarhout, van de kopwillige boomen, staande in het broek;
3o. Een-honderd-en-vijftig kavelen mastsparren, visschers-staken, boomstaken, latten, onderslag en brandhout, slaande en liggende alle hetzelve onder Oosterhout, om en bij de hoeve, in de heide.
Terwijl die genen, welke eenige onderrigting of aanwijzing begeeren, zich kunnen adresseren twee dngen vóór de hier bovengemelde dagen van verkooping; te weten: voor het geen te Dongen wordt verkocht, aan de boschwachters Laurens en Jacobus van der Wee, te Dongen, en voor het geen te Oosterhout zal worden verkocht, aan de boschwachters H. A. de Hoogh en J. Brands, te Oosterhout, die aan ieder, des begeerende, de noodige aanwijzing zullen doen, respectivelijk.

Oosterhout, den
13den van sprokkelmaand 1808.
De gequalificeerde voornoemd,
L. H. Rysterborgh.

⁂ De geannonceerde verkooping van wijnen, binnen de stad Veere, tegens den l4den van lentemaand aanstaande, zal geen voortgeng hebben.

De rentmeester der domeinen aldaar,
A. J. Marinissen.

MINISTERIE van BINNENLANDSCHE ZAKEN.

⁂ De minister van binnenlandsche zaken van het koningrijk brengt hier mede, ter kennisse van een ieder, wien zulks zoude mogen aangaan, dat, op deszelfs nadere approbatie, door den inspecteur in het achtste district van den waterstaat des rijks, C. L. Brunings, op dingsdag den 14den van lentemaand 1809, ’s morgens ten tien uren, ten huize van de weduwe Weisweiler, te Waalwijk, zal aanbesteed worden:
Het wederom leggen der zomersluiting in den baartwijkschen Overlaat, met den aankleve van dien, als op:

Dingsdag den 7den van lentemaand 1809
Donderdag
9den
Zaturdag
11den
Maandag
13den

De bestekken liggen ter lezinge in de stad Heusden, bij de Bont, en te Waalwijk, bij de weduwe Weisweiler voornoemd; de aanwijzing wordt door de directie in loco gedaan.

⁂ De commissie tot het examineeren der veeartsen adverteert, bij deze, aan alle de daarbij belanghebbenden, met erinnering tevens aan de meermalen te voren gedane advertentien, dat zij hare werkzaamheden nogmaals zal hervatten op den 20sten van lentemaand aanstaande; kunnende mitsdien die genen, welke begeeren geëxamineerd te zijn, zich adresseren aan den voorzitter der commissie, dem staatsraad en hoogleeraar S. J. Brugmans, te Leyden.

Leyden, den
23sten van sprokkelmaand
1809.
Uit naam der voorz. commissie,
D. Heilbron Cz., fungerend secretaris,
woonachtig te Amsterdam.

⁂ De post van leermeester, in de stads-armen-bijschool te Amsterdam, open zijnde, op een traktement van provisioneel ƒ 600:0:0 jaarlijks en ƒ 50:0:0 voor het schoonhouden van het locaal, benevens vrije woning, vuur en licht, zoo kunnen de gene, die eene akte van algemeene toelating, van den tweeden rang bezitten, en genegen zijn naar dien post te dingen, zich, vóór den 25sten van lentemaand 1809, met overlegging van behoorlijke getuig-