Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/107

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

99

dat de berg geheel verborgen is. Hier en daar schijnt hij er door. En niemand kan er aan denken hier te ploegen of te zaaien, omdat de aardlaag zoo dun is.

Maar als je nu aanneemt, dat Alvaret en de oude kasteelen, die daaromheen liggen, door het vlinderlichaam zijn gevormd, dan zou je kunnen vragen, waar het land, dat beneden langs de kasteelen ligt, vandaan gekomen is."

"Ja, dat is het juist," zei de andere, die rustig door bleef eten, dat zou ik wel willen weten."

"Je moet niet vergeten, dat Öland al heel wat jaren in zee heeft gelegen, en in dien tijd heeft alles, wat op de golven ronddrijft: wier, en zand, en slakken, er zich omheen verzameld, en is blijven liggen. En toen zijn steenen en gruis neergekomen van het oude kasteel in het oosten, en van dat in het westen. Zoo heeft het eiland breede stranden gekregen, waar rozen en bloemen en boomen kunnen groeien.

Hier boven op den harden rug van den vlinder loopen alleen schapen en koeien en kleine paarden; hier wonen enkel kieviten en pluvieren, en hier zijn geen andere gebouwen dan windmolens en een paar armoedige schuren, waar wij — herders — inkruipen. Maar daar beneden op het strand liggen groote boerendorpen en kerken, en pastorieën, en groepen visschershutten en een heele stad.

Hij zag den ander vragend aan. Die was nu klaar met eten, en knoopte zijn broodzakje dicht.

"Ik zou wel eens willen weten wat je bedoelt met dit alles," zei hij.

"Ja, dàt is 't maar, wat ik weten wou," zei de herder, en hij sprak zóó zacht, dat het bijna fluisteren werd, en staarde in den nevel met zijn kleine oogen, die moe schenen te zijn van het uitkijken naar alles, wat er niet is. "Ik zou alleen dit willen weten: of de boeren, die in de rondgebouwde hoeven daar onder de kasteelen wonen, of de visschers, die de visschen uit de zee halen, of de kooplieden in Borgholm, of de badgasten, die hier elken zomer komen, of de reizigers, die rond wandelden in de ruïne van 't kasteel op Borgholm, of de jagers, die in den herfst hier komen om patrijzen te schieten, of de schilders, die hier op Alvaret de schapen en de windmolens zitten schilderen, ik zou willen weten, of een van hen het begrijpt, dat dit eiland hier een vlinder is geweest, die heeft rondgevlogen met groote, glanzende vleugels."

"O ja," zei de jonge herder plotseling, "dat moet wel iemand van hen begrepen hebben, die op een avond aan den kant van het kasteel heeft gezeten, en de nachtegalen heeft hooren slaan in de boschrijke velden, en die heeft uitgezien over 't Kalmar