"Maar dan krijgt het immers ook veel van de nachtkou," zei onze lieve Heer, "want die komt ook van den hemel, evengoed. Ik ben bang, dat het beetje wat hier groeien kan, nog bevriest."
Daar had de Heilige Petrus natuurlijk niet aan gedacht.
"Ja hier wordt het mager en koud land," zei onze lieve Heer, "daar is niets aan te doen."
Toen kleine Mads zoover gekomen was met zijn verhaal, viel Asa, het ganzenhoedstertje hem in de rede.
"Ik kan 't niet best aanhooren, Mads, dat je zegt, dat het hier in Smaland zoo akelig is," zei ze. "Je vergeet heelemaal hoeveel goede grond er toch is. Denk maar aan Möre daar bij 't Halmar Sund. Ik zou wel eens willen weten, waar je rijker korenvelden vinden kunt. Daar ligt akker aan akker, precies als hier in Skaane. Dat is zulke goede grond, dat ik niet weet, wat hier niet zou kunnen groeien."
"Dat kan ik niet helpen," zei kleine Mads. "Ik vertel maar na, wat anderen eerst hebben gezegd."
"En ik heb veel menschen hooren zeggen, dat er geen mooier kustland is dan Tjust. Denk aan de baaien en de eilanden, aan de heerenhoeven en de bosschen," zei Asa.
"Ja dat is wel waar," gaf kleine Mads toe.
"En herinner je je niet," ging Asa voort, "dat de schooljuffrouw zei, dat zoo'n levendige en mooie streek, als 't stukje van Smaland, dat ten zuiden van 't Wettermeer ligt, in heel Zweden niet te vinden is? Denk eens aan 't mooie meer, en de gele heuvel aan het strand, en aan Grenna en Jönköping met de lucifersfabriek en 't Munkmeer, en denk aan Huskvarna en alle groote inrichtingen daar."
"Ja, dat is wel waar," zei klein Mads weer.
"En denk aan Visingö. Mads, met de ruïnen, en 't elkenbosch, en alle sagen. Denk aan het dal, waar de Em-beek uitkomt, met alle steden en molens en houtfabrieken, de zagerijen en meubelfabrieken."
"Ja dat is alles waar," zei kleine Mads en zag er heel bekommerd uit.
Maar toen keek hij snel op.
"Nu zijn we toch al heel dom," zei hij. "Dat allemaal ligt immers in 't Smaland van onzen lieven Heer, in dat gedeelte van 't land dat al klaar was, toen de Heilige Petrus begon te werken. Dat is immers juist in orde, dat het daar mooi en heerlijk is. Maar in 't Smaland van den Heiligen Petrus ziet het er alles zoo uit, als 't in 't verhaal staat. En het is geen wonder, dat onze lieve Heer bedroefd werd, toen hij dat zag," ging de kleine Mads voort, en nam den draad van 't verhaal weer op. "De