Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/162

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

zieken waren op een veranda gegaan, om van de lentelucht te genieten, en zoo hoorden zij het ganzengekakel.

"Waar ga jelui heen? Waar ga jelui heen?" vroeg een van hen met zulk een zwakke stem, dat het nauwelijks hoorbaar was.

"Naar het land, waar geen verdriet of ziekte is!" antwoordde de jongen.

"Neem ons mee!" zei de zieke.

"Van 't jaar niet!" antwoordde de jongen. "Van 't jaar niet!"

Toen ze nog een eind verder gevlogen waren, kwamen zij aan Huskvarna. Dat lag in een dal. De bergen stonden steil en fraai gevormd daarom heen. Een beek kwam van een hoogte naar beneden in lange, smalle watervallen. Groote werkplaatsen en fabrieken lagen beneden aan de bergwanden; over den bodem van het dal lagen de arbeiderswoningen verspreid, door tuinen als bonte tapijten omgeven, en midden in het dal lag de school.

Juist toen de wilde ganzen aan kwamen vliegen, luidde een klok, en een menigte kinderen marcheerden naar buiten, rij aan rij. Er waren er zooveel, dat het heele schoolplein vol werd.

"Waar ga jelui heen? Waar ga jelui heen?" schreeuwden de kinderen.

"Daarheen, waar geen boeken of lessen zijn!" antwoordde de jongen.

"Neem ons mee!" schreeuwden de kinderen. "Neem ons mee?"

"Van 't jaar niet! Van 't jaar niet!" riep de jongen, "maar later!"