Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/167

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

dag meer deed, dan de vorige knecht in vier. En hij was zoo gewillig, dat hij meer werk verrichtte, dan men van hem verwachtte. Niet alleen hakte hij brandhout klein in de schuur, maar hij bracht het ook in huis. Er was een luik in de schuur, dat jarenlang scheef aan een scharnier had gehangen, zonder dat iemand er op gelet had, maar nu werd het in orde gemaakt. Hij smeerde oude roestige sloten, zette ringen om het brouwvat, en stope zorgvuldig de gaten in de schuttingen. En al 't werk ging onder scherts en gebabbel. 't Was niet te ontkennen, dat het veel gezelliger in huis was geworden, sinds hij gekomen was.

Er stond een oude koffieketel op een plank in de groote kamer in Brendane, die al jaren lang niet gebruikt had kunnen worden. Op een dag vroeg Sigurd aan Jan, of hij dien niet in orde kon maken.

"Ja, dat denk ik wel; laat hem maar eens zien," zei Jan.

De huismoeder nam den ketel van de plank, en reikte dien Jan over, maar gaf hem meteen een wenk.

Jan nam den deksel van den ketel, keek er in, en zette hem haastig neer.

"Dien moeten we laten maken, als er eens Taters voorbij komen," zei hij. "Er mankeert niets aan, dat dat hij vertind moet worden."

Sigurd voelde een groote verlichting bij die woorden van Jan. Hij wist, dat alle Taters ketels en pannen konden vertinnen, en als Jan die kunst niet verstond, was hij zeker geen Tater. De jongen had niet kunnen laten zich aan den knecht te hechten, en hij was blij, dat Jan geen Tater was, zoodat hij op de hoeve kon blijven.

Maar een paar dagen later werd Sigurd weer ongerust, want toen begon Jan viool te spelen. De huismoeder had er over gesproken, hoe vaak en hoe mooi zij in haar jeugd viool had hooren spelen. Eerst had hij langzaam en onzeker gespeeld, alsof hij die kunst niet goed verstond, maar op eens had hij 't hoofd achterover gebogen, zijn oogen waren begonnen te schitteren, en de strijkstok ging met kracht en vaart voer de snaren. 't Bleek, dat hij een meesterlijk speler was. Toen hij goed aan den gang was, konden de vrouwen niet stil blijven zitten, maar begonnen te dansen. Sigurd daarentegen zat onbewegelijk, en luisterde maar. Hij had nooit te voren goed hooren spelen, en hij genoot zóó van de muziek, dat hij niet wilde dansen, mar alleen de muziek in zich opnemen. Maar terwijl hij daar zat te luisteren, overkwam hem iets vreemds. Een duistere herinnering dook in hem op, en verstoorde zijn genot. Hij zag voor zich een Tatertroep, zooals die gewoonlijk door het land trok. Ze kwamen hun hoeve binnen rijden: een paar groote wagens, die alleen met een paar hoopen