straf voor hen beiden was. En ze merkte gauw, dat hij hetzelfde dacht.
Ze bezaten al een groote hoeve, maar als het meer werd drooggemaakt, zou een groot deel van den bodem van het meer aan hen komen, zoodat hun bezittingen bijna verdubbeld zouden worden. Daarom waren zij meer ingenomen met het plan, en hadder er ijveriger voor gewerkt dan een van de anderen, die grond bij het meer bezaten. Die laatsten waren bezorgd voor de onkosten geweest, en bang, dat het droogmaken nu niet beter zou gelukken dan de vorige maal. De vader van Peer Ola wist wel, dat hij hen had overgehaald om meê te doen. Hij had al zijn overredingsvermogen gebrikt, om zijn zoon een hoeve na te kunnen laten, die tweemaal zoo groot was, als die hij van zijn vader had geërfd.
En nu stond hij daar, en vroeg zich af, of hier een bizondere bedoeling van God in lag, dat het Takermeer hem zijn zoon had afgenomen op den dag, vóór dien, waarop hij het contract over het droogmaken zou onderteekenen. Zijn vrouw behoefde niet veel te zeggen, voor hij antwoordde:
"Het kan zijn, dat God niet wil, dat we Zijn beschikkingen veranderen. Ik zal morgen met de anderen spreken, en ik denk wel, dat we zullen besluiten, dat alles zal blijven zooals het is."
Terwijl de man en vrouw samen spraken, lag Caesar voor den haard. Hij hief het hoofd op, en luisterde heel oplettend. Toen hij meende zeker van zijn zaak te zijn, ging hij naar de vrouw, pakte haar rok beet, en trok haar naar de deur.
"Maar Caesar toch!" riep ze, en wilde zich losrukken. Maar toen barstte ze uit: "Weet je waar Peer Ola is?"
Caesar blafte vroolijk, en sprong tegen de deur op. Ze deed die open, en Caesar holde weg naar het Takermeer. De vrouw was er zoo zeker van, dat hij wist waar Peer Ola was, dat ze hem dadelijk achterna liep. En nauwelijks waren zij aan den kant van 't meer gekomen, of ze hoorden het schreien van een kind over 't meer.
Peer Ola had den heerlijksten dag in zijn leven gehad met Duimelot en de vogels; maar nu begon hij te schreien, omdat hij honger had, en bang in het donker werd. En hij was blij, dat Vader en Moeder en Caesar hem kwamen halen.