Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/197

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

"Ik zie, dat de watervallen in de rivier van Motala wielen in beweging gaan zetten," zei de vrouw van Ulvasa, en nu kwamen er een paar roode plekken op haar wangen, want ze begon ongeduldig te worden. "Ik hoor hamers dreunen in Motala, en weefstoelen slaan in Norrköping."

"Ja, het is goed, dat ik dat weet," zei de boer, "maar alles is veranderlijk. En ik ben bang, dat ook dat vergeten kan worden."

Toen nu de boer nog niet tevreden was, liep het geduld van de vrouw van Ulvasa ten eind.

"Je zegt, dat alles vergankelijk is," zei ze, "maar nu zal ik je toch iets noemen, dat altijd hetzelfde blijft. En dat is, dat zulke trotsche hardnekkige boeren, als jij er een ben, hier in 't land zullen zijn tot aan 't eind van de wereld."

Nauwelijks had de vrouw van Ulvasa dat gezegd, of de boer stond op, tevreden en blij, en dankte haar voor haar goed antwoord. Nu eindelijk was hij voldaan, zei hij.

"Nu begrijp ik volstrekt niet, wat je meent," zei de vrouw van Ulvasa.

"Ja, ik meen dit, lieve Vrouwe," zei de boer, "dat alles wat koningen en kloosterlingen, heeren en koopstadsburgers oprichten of bouwen, — dat alles bestaat maar enkele jaren. Maar als u me zegt, dat er in Oostgothland altijd boeren zullen zijn, die hun eer liefhebben, en standvastig zijn, dan weet ik, dat het land zijn ouden roem zal behouden. Want alleen zij, die gebukt gaan onder den eeuwigen arbeid in de aarde, kunnen dit land in welstand en aanzien houden door alle tijden heen."