Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/207

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

grootsten angst, dat hij hem zou moeten missen. Maar de eland nam de zaak kalm op, en scheen er niet blij en niet bedroefd om te wezen.

"Ben je van plan om je zonder verzet te laten wegbrengen?" vroeg Karr.

"Wat zou het helpen, als ik me verzette?" zei Grauwvel. "Ik zou 't liefst blijven, waar ik ben, maar als ik verkocht ben, zal ik hier wel vandaan moeten."

Karr stond hem aan te zien. 't Was merkbaar, dat de eland nog niet volwassen was. Hij had nog niet zulke breede horens, noch zulk een hoogen bult op den rug en zoo steile manen als de oudere stieren onder de elanden, maar hij had wel kracht genoeg om voor zijn vrijheid te strijden.

"Je kunt wel merken, dat hij zijn leven lang gevangen is gehouden," dacht Karr, maar hij zeide niets.

Karr kwam niet bij den eland terug voor na den middag, toen hij wist, dat Grauwvel goed uitgeslapen was, en zijn eersten maaltijd hield.

"Je hebt wel gelijk. Grauwvel, dat je je laat wegbrengen," zei Karr, en scheen nu rustig en vergenoegd te zijn. "Je zult in een grooten tuin gevangen gezet worden, en een zorgeloos leven hebben. Ik vind alleen, dat het jammer is, dat je van hier zult weggaan, vóór je het bosch gezien hebt. Je weet, dat je stamgenooten tot lijfspreuk hebben, dat de eland één is met het bosch, maar je bent nog nooit in een bosch geweest."

Grauwvel zag op van de klaver, waar hij van stond te eten.

"Ik zou het bosch wel willen zien, maar hoe zal ik over de omheining komen?" zei hij met zijn gewone slapheid.

"Neen, dat zal niet mogelijk zijn voor iemand, die zulke korte beenen heeft," zei Karr.

De eland keek van onder zijn haren neer op Karr, die zoo klein als hij was, verscheiden keer per dag over de heining sprong.

Toen ging hij naar den slagboom, nam een sprong, en was buiten, bijna zonder dat hij wist, hoe het was toegegaan.

Karr en Grauwvel begaven zich nu het bosch in. 't Was een mooie nacht met helderen maneschijn, tegen het eind van den zomer, maar onder de boomen was het donker, en de eland liep heel langzaam.

"'t Is misschien 't beste dat we teruggaan," zei Karr. "Jij, die nog nooit in een woest bosch geloopen hebt, kon je beenen wel eens breken."

Toen begon Grauwvel sneller en moediger te loopen. Karr bracht den eland naar een gedeelte van het bosch, waar geweldige dennen groeiden, die zoo dicht op elkaar stonden, dat de wind er niet doorheen dringen kon.