om zijn leden sloot. Hij wilde het ook over den rug hebben, hij ging verder vooruit, voelde dat het water hem droeg, en begon te zwemmen. Hij zwom om Karr heen, en was geheel thuis in het water. Toen ze weer op het strand stonden, vroeg de hond, of ze nu naar huis zouden gaan?
"'t Duurt nog lang eer het morgen is. We kunnen nog wel wat in het bosch rond blijven loopen," zei Grauwvel.
Zij gingen weer terug in het naaldbosch. Al gauw kwamen ze aan een open plaats, die in den vollen maneschijn lag, met gras en bloemen, glinsterend van den dauw. Midden op die boschweide liepen eenige groote dieren te grazen. 't Waren elanden, een stier, met verscheidene koeien en kalveren. Toen Grauwvel hen zag, bleef hij eensklaps staan. Hij zag nauwelijks naar de koeien en de jongen dieren. Hij staarde naar den ouden stier, die breede horens had met veel takken, een hooge bult boven de dijen, en een langharig stuk vel hangend onder den hals.
"Wat is dat voor een dier?" vroeg Grauwvel met een stem, die beefde van verwondering.
"Hij wordt Kroonhoorn genoemd, en hij is je stamgenoot. Je krijgt zeker ook eens zulke breede horens en zulke manen, en als je in 't bosch bleef, zou je ook wel een kudde krijgen om te leiden."
"Als hij daar mijn stamgenoot is, wil ik dichter bij hem komen en hem bekijken," zei Grauwvel. "Ik wist niet, dat een dier zóó prachtig kon zijn." Grauwvel ging op de elanden toe, maar kwam bijna dadelijk bij Karr terug, die aan den zoom van het bosch achtergebleven was.
"Je ben zeker niet vriendelijk ontvangen," zei Karr.
"Ik zei hem, dat het voor 't eerst was, dat ik stamgenooten ontmoette, en ik vroeg, of ik bij hem op de wei mocht loopen, maar hij wees me af, en dreigde me met zijn horens."
"'t Was goed, dat je wegging," zei Karr. "Een jonge stier, die nog maar takken aan zijn horens heeft, moet zich wachten voor een gevecht met oude elanden. Een ander zou een slechten naam in 't heele bosch gekregen hebben, als hij was weggeloopen, zonder zich te verzetten, maar daar hoef jij je niet over te bekommeren, die toch naar het buitenland zult gaan."
Karr had nauwlijks uitgesproken, of Grauwvel keerde om en liep over het veld. De oude eland kwam hem tegemoet, en ze raakten dadelijk aan het vechten. Ze zetten de horens tegen elkaar, en stootten toe, en Grauwvel werd over 't heele veld achteruit gedreven. Maar toen hij aan den kant van het bosch kwam, zette hij de voeten vaster op den grond, stootte krachtig met de horens, en begon Kroonhoorn achteruit te drijven. Grauwvel vocht