"Welkom in 't bosch," siste de slang.
"Goedendag," blafte Karr, en liep voorbij, zonder stil te staan. Maar de slang keerde om, en probeerde hem in te halen.
"Misschien is hij ook ongerust over 't bosch," dacht Karr, en bleef staan. De slang begon dadelijk over de groote verwoesting te spreken.
"Als de menschen hier komen, is 't uit met onze rust en vrede," zei hij.
"Daar ben ik ook bang voor," zei Karr, "maar de oude elanden in 't bosch weten wel, wat ze doen."
"Ik geloof wel, dat ik een beter raad weet," zei de slang, "als ik maar het loon kreeg, dat ik verlang."
"Ben jij 't soms, die ze Helpmij noemen?" vroeg de hond verachtelijk.
"Ik ben al een oude boschbewoner," zei de slang, "Ik weet, hoe je dat ongedierte wegkrijgen kunt."
"Als je 't maar wegkrijgen kunt," zei Karr, "denk ik wel, dat niemand je weigeren zal, wat je ook begeert."
Toen Karr dat zei, glipte de slang onder een boomwortel, en zette het gesprek niet voort, voor hij veilig in een nauw gat lag.
"Groet dan Grauwvel van mij," zei hij, "en zeg hem, dat als hij van het Friedsbosch weg wil trekken, en niet ophouden, voor hij zoo ver naar het noorden gekomen is, dat er geen eik meer in 't bosch groeit, en hier niet terugkomen, vóór de slang Helpmij dood is, ik ziekte en dood zal zenden over al die larven, die langs de takken kruipen en er van eten."
"Wat zeg je daar?" vroeg Karr, en de haren op zijn rug begonnen op te staan. "Wat heeft Grauwvel je voor kwaad gedaan?"
"Hij heeft haar doodgeslagen, die me het liefste was," zei de slang. "En ik wil me op hem wreken."
Eer de slang nog had uitgesproken, deed Karr een aanval op hem, maar hij lag veilig onder den boomwortel.
"Lig daar zoolang je wilt," zei Karr eindelijk. "Wij zullen die denneneters zonder jou wel wegkrijgen."
Den volgenden dag gingen de ijzerfabrikant en de boschwachter langs het boschpad. Karr liep eerst naast hen, maar na een poosje verdween hij, en kort daarna klonk een luid blaffen uit het bosch.
"Dat is Karr, die weer aan 't jagen is," zei de ijzerfabrikant.
De boschwachter wilde het niet gelooven.
"Karr heeft al jaren lang geen ongeoorloofde jacht gehouden," zei hij. Hij liep het bosch in om te zien, wat voor een hond daar blafte, en de ijzerfabrikant volgde hem.
Zij volgden het blaffen, tot waar het bosch het dichtste was. Maar toen ze daar gekomen waren, hield het op. Zij bleven staan