Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/220

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

Karr meende, dat hij het niet goed gehoord had, maar een oogenblik later kwam een haas aanrennen over het pad. Toen de haas hen zag, bleef hij stil staan, klapte met de ooren, en riep:

"Daar komt Grauwvel aan, die het bosch heeft vernield!" Toen rende hij weg, zoo hard hij kon.

"Wat bedoelen ze daarmeê?" vroeg Karr.

"Dat weet ik niet precies," zei Grauwvel. "Ik denk, dat het kleine volkje in 't bosch ontevreden over me is, omdat ik den raad gaf de hulp van de menschen in te roepen. Al hun schuilplaatsen en woningen zijn verwoest, toen het onderhout werd weggekapt."

Ze liepen nog een poos samen voort, en Karr hoorde dat van alle kanten werd geroepen: "Daar komt Grauwvel aan, die het bosch heeft vernield."

Grauwvel deed, alsof hij het niet hoorde, maar Karr meende nu te begrijpen, waarom hij zoo gedrukt was.

"Zeg, Grauwvel," vroeg Karr snel "wat meent de slang daarmeê, dat je iemand zoudt hebben doodgeslagen, van wie hij zooveel hield?"

"Hoe kan ik dat weten?" zei Grauwvel. "Je weet, dat ik nooit iemand doodsla."

Kort daarna ontmoetten zij de vier oude elanden: Kromrug, Kroonhoorn, Ruigmaan en Grootsterk. Zij kwamen langzaam en bedachtzaam aanstappen, achter elkaar.

"Welkom in 't bosch," riep Grauwvel ze tegen.

"Goeden dag," antwoordden de elanden. "We zochten je juist, Grauwvel, om met je over het bosch te spreken."

"We hebben gehoord," zei Kromrug, "dat er hier een misdaad in 't bosch is gebeurd, en dat het heele bosch wordt verwoest, omdat die daad niet gestraft is."

"Wat is dat voor een misdaad?"

"Er is iemand, die een onschadelijk dier heeft gedood, dat hij niet eten kon. Zooiets wordt hier in 't Friedsbosch voor een misdaad gehouden."

"Wie is dat, die zooiets schandelijks heeft gedaan?" vroeg Grauwvel.

"Het schijnt, dat het een eland is, en nu wilden we je vragen, of je weet, wie dat wezen kan."

"Neen," zei Grauwvel, "ik heb nooit over een eland hooren spreken, die een onschadelijk dier heeft gedood."

Grauwvel nam afscheid van de oude elanden, en ging met Karr verder. Hij werd al stiller, en liep met gebogen kop. Zij kwamen voorbij Krule, de adder, die daar in zijn hol lag.

"Daar loopt Grauwvel, die het bosch heeft vernield," siste Krule, zooals al de anderen. Nu verloor Grauwvel zijn geduld. Hij ging op de adder toe, en lichte den voorpoot op.

"Ben je van plan mij dood te slaan, zooals je de oude slang hebt doodgeslagen?"