poppen kwamen miljoenen vlinders. Zij vlogen 's nachts rond als een sneeuwstorm tusschen de boomen, en legden een ontelbaar aantal eieren. Het volgend jaar kon men nog grooter verwoesting verwachten.
De verwoesting kwam, maar niet alleen over het bosch, maar ook over de larven zelf. De ziekte verspreidde zich snel van 't eene bosch naar het andere. De zieke larven aten niet meer, kropen naar den top van den boom, en stierven daar. De vreugde onder de menschen was groot, toen zij hen zagen sterven, maar nog grooter onder de boschdieren.
Karr, de hond, liep dagelijks rond met een boosaardige vreugde in zijn hart, en dacht aan het oogenblik, dat hij Helmpij zou doodbijten.
Maar de larven hadden zich mijlenver over de dennenbosschen verspreid, en ook dezen zomer bereikte de ziekte hen allen nog niet. Velen bleven leven, tot ze poppen en vlinders werden.
Met de vogels kreeg Karr groeten van Grauwvel, en de boodschap, dat hij leefde, en het goed had. Maar de vogels vertelden Karr in vertrouwen, dat Grauwvel al verscheiden malen door wilddieven vervolgd was geworden, en dat hij maar met de grootste moeite was ontkomen.
Karr leefde in zorgen, verlangen en verdriet. En nog moest hij twee zomers wachten. Toen eerst waren alle larven weg.
Nauwelijks hoorde Karr den boschwachter zeggen, dat het bosch buiten gevaar was, of hij ging op jacht om Helpmij te zoeken. Maar toen hij in het kreupelhout kwam, ontdekte hij iets verschrikkelijks. Hij kon niet meer jagen, niet springen, zijn vijand niet meer opsporen, hij kon zelfs niet meer zien. Onder het lange wachten was de ouderdom over Karr gekomen. Hij was oud geworden, zonder dat hij het had gemerkt. Hij kon niet eens meer een slang doodbijten. Hij was niet in staat zijn vriend Grauwvel van zijn vijand te bevrijden.
DE WRAAK.
Op een middag streek Akka van Kebnekaise en haar troep neer aan den oever van een boschmeer. Ze waren nog in Kolmarden, maar ze hadden Oost-Gothland verlaten, en bevonden zich nu in Jonakker in Sörmland. De lente was uitgebleven, zooals vaak gebeurt in bergstreken, en het ijs bedekte 't geheele meer, op een strook open water langs de kust na. De ganzen vlogen dadelijk in het water om te baden en naar voedsel te zoeken, maar Niels Holgersson had dien morgen zijn eene klomp