Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/224

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

De jongen kroop voorzichtig weg in een spleet in den steen. Hij herinnerde zich nog levendig dat avontuur, toen de kraaien hem hadden weggeroofd, en wilde zich niet zonder noodzaak vertoonen.

De zwarte vogel liep met groote stappen heen en weer langs het lichaam van de slang, en keerde dat met den snavel om. Eindelijk klapte hij met de vleugels, en riep met een stem zóó schel, dat ze pijn deed in de ooren: "Dat is vast en zeker Helpmij, de slang, die hier dood ligt!" Hij liep nog eens langs hem, en toen bleef hij staan in diepe gedachten verzonken, en krabde zich met den voet in den nek.

"'t Is onmogelijk, dat er twee zulke groote slangen hier in 't bosch kunnen zijn," zei hij. "Hij is het zeker!"

Hij was juist van plan den snavel in de slang te steken, maar op eens hield hij zich in. "Je moet geen ezel zijn, Bataki," zei hij. "Je kunt er toch niet aan denken de slang op te eten, voor je Karr hier geroepen hebt. Hij zou niet durven gelooven, dat Helpmij dood is, als hij hem niet zelf ziet."

De jongen probeerde zich stil te houden, maar de vogel was zoo vermakelijk plechtig, zooals hij daar in zichzelf liep te praten, dat hij het lachen niet laten kon.

De vogel keek hem aandachtig aan, en knikte toen drie keer met den kop.

"Jij bent toch niet de jongen, die met de wilde ganzen rondvliegt, en dien ze Duimelot noemen?"

"Ja, dat heb je niet zoo heelemaal mis." zei de jongen.

"Dat is heerlijk, dat ik jou ontmoette. Kun je misschien zegge, wie die slang heeft dood geslagen?"

"Dat deed de steen, die ik naar beneden op zijn kop liet rollen," antwoordde de jongen, en vertelde, hoe alles was gegaan.

"Dat was flink voor zoo'n kleintje als jij," zei de raaf.

"Ik heb hier een vriend in de buurt, die blij zal zijn, dat de slang dood is, en ik wou, dat ik ook eens wat voor jou kon doen."

"Vertel me dan, waarom je zoo blij bent, dt die slang dood is," zei de jongen.

"Och," antwoordde de raaf, "dat is een lang verhaal. Je hebt toch geen geduld daarnaar te luisteren."

Maar de jongen beweerde, dat hij dat wel had, en nu vertelde de raaf de heele geschiedenis van Karr en Grauwvel en de slang Helpmij. Toen hij klaar was, zat de jongen een poos stil voor zich uit te kijken.